WTA 2026-2

WTA 2026-2

Omschrijving

Een vrouwvriendelijke, maar ook mannen-minnende autisme-screener: de Autistic Women’s Experience (AWE)
Yvonne Groen, Kirstin Greaves-Lord, Anne Fleur Stapert, Lineke Davids, Stynke Castelein, Inge van Balkom, Sigrid Piening

Beschermende factoren voor suïcidaliteit bij mensen met een autismespectrumstoornis (ASS). De rol van sociale steun en zelfwaardering
Cindy Rosenkrantz, Jannet de Jonge, Annelies Spek


Bespreking van de meta-analyse van Wu et al. (2026) over de effectiviteit van muziektherapie voor kinderen met autisme
Jaap van der Meere


De Ouder-Kind Kanjertraining Plus voor kinderen met (vermoeden van) ADHD en ASS
Cissy Canninga, Jolanthe Overgaauw


‘Zachte, geïnteresseerde, op kinderen gerichte mensen’
Niels Springveld

‘Zachte, geïnteresseerde, op kinderen gerichte mensen’

‘Zachte, geïnteresseerde, op kinderen gerichte mensen’

Dit artikel beschrijft de ontstaansgeschiedenis van kinderdagverblijf De Hutte, de eerste Nederlandse instelling voor mensen met autisme. Oprichter Jel(tje) Prins (1907-1994) kwam gedurende haar werk voor medisch kinderdagverblijf ’t Kabouterhuis geregeld in aanraking met autistische kinderen die daar niet op hun plek waren. Uit mededogen met hen zegde ze in 1962 haar baan op om enkele kinderen op te vangen, in eerste instantie in een schuur in haar achtertuin. Met steun van prominenten uit het Amsterdamse ggz-milieu kon in 1971 een pand worden aangekocht. Mede dankzij hoogleraar kinderpsychiatrie Bets Frijling- Schreuder en kinderpsychiater Jaap Chrisstoff els groeide haar initiatief uit tot een op psychoanalytische principes gebaseerde dagkliniek. Door hoge kosten en veranderende opvattingen over autismezorg zou De Hutte uiteindelijk in 1979 worden gesloten.

SUMMARY
The article describes the history of day-care centre De Hutte, the first Dutch institution for people with autism. Founder Jel(tje) Prins (1907–1994) frequently encountered autistic children during her work for the medical day-care centre ’t Kabouterhuis, where they clearly did not belong. Out of compassion for them, she resigned from her job in 1962 to care for a few children, initially in a shed in her backyard. With the support of prominent figures from Amsterdam’s mental health care community, a building was purchased in 1971. Thanks to child psychiatry professor Bets Frijling-Schreuder and medical director and child psychiatrist Jaap Chrisstoffels into a day clinic based on psychoanalytic principles. De Hutte was eventually closed in 1979 due to high costs and changing views on autism care.

Ergens door gebiologeerd zijn, maar er nauwelijks iets over kunnen vinden: er is weinig zo tergend voor de historicus. Deze mengeling van fascinatie en frustratie heb ik zelden zo sterk gevoeld als toen ik jaren geleden het bestaan van De Hutte ontdekte, een Amsterdams kinderdagverblijf voor autistische kinderen.

Medio 2022 ondernam ik mijn eerste poging om meer te weten te komen over deze instelling, de eerste voorziening voor autisten van ons land. Google, het digitale krantenarchief Delpher en oude ledenbladen van autismebelangenverenigingen leverden wat brokken informatie op, genoeg om iets van een ontstaansgeschiedenis uit te destilleren. De Hutte werd begin jaren zestig opgericht door ene ‘zuster J. Prins’, zo las ik – haar voornaam werd helaas niet vermeld (Chrisstoffels, 1975: 173-74; Sier, 1971: 13; Van Meurs, 1975: 5). Als adjunct-directeur van medisch kleuterdagverblijf ’t Kabouterhuis in de Rivierenbuurt was zij in aanraking gekomen met kinderen die moeilijk contact maakten en meer aandacht vroegen dan het personeel hen kon bieden. Deze kinderen bleken autisme te hebben en kwamen vanwege een gebrek aan specialistische zorg vaak terecht in residentiële instellingen of in het verstandelijkgehandicaptencircuit. Prins nam ontslag bij ’t Kabouterhuis om enkele autistische kinderen op te vangen, wat ze aanvankelijk in haar eigen huis deed. Haar werk werd gesteund door een stichting die in 1967 werd opgericht (Chrisstoffels & Tieken, 1976: 21). In 1971 ging Prins met pensioen en benoemde de stichting kinderpsychiater en psychoanalyticus Jaap Chrisstoffels tot directeur van De Hutte. Datzelfde jaar kocht het bestuur een pand aan waar het dagverblijf tot haar opheffing in 1979 gehuisvest zou blijven.

Verder dan deze feiten en de vondst van enkele wetenschappelijke publicaties over De Hutte kwam ik die zomer niet, en navraag bij ’s lands meest ervaren autismedeskundige Ina van Berckelaer-Onnes liep ook op niets uit. Na enkele weken zoeken naar meer informatie en vele hoofdbrekens over waar de J. in J. Prins voor stond, staakte ik mijn poging. Ik bereidde me er alvast op voor dat dit wellicht alles was wat er te nog te achterhalen viel. Ongeveer een jaar later deed ik tijdens een nachtelijke Delphersessie een vondst die mijn fascinatie voor De Hutte weer aanwakkerde. Hoe ik er die dag op kwam om weer eens naar het dagverblijf te zoeken weet ik niet meer, noch welke zoektermen ik gebruikte, maar feit is dat ik op een kort artikel-met-foto stuitte over het afscheid van zuster Prins bij ’t Kabouterhuis. Ik was opgetogen dat ik nu wist hoe ze eruit zag, maar ook in dit berichtje werd haar voornaam niet genoemd. Deze vondst bracht mij ertoe om mijn De Hutte-documentatie nog eens door te nemen en alle namen en aanwijzingen die ik daarin tegenkwam na te trekken.

Meer info
3,90
Beschermende factoren voor suïcidaliteit bij mensen met een autismespectrumstoornis (ASS). De rol van sociale steun en zelfwaardering

Beschermende factoren voor suïcidaliteit bij mensen met een autismespectrumstoornis (ASS). De rol van sociale steun en zelfwaardering

Mensen met autisme hebben een verhoogd risico op suïcidaliteit. De risicofactoren worden steeds beter in kaart gebracht, maar over beschermende factoren zoals sociale steun en zelfwaardering is nog weinig bekend. Dit onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre sociale steun en zelfwaardering samenhangen met een lagere mate van suïcidaliteit bij mensen met autisme. Er is een cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd bij volwassen cliënten in de specialistische GGZ. De mate van suïcidaliteit werd gemeten met de Suicidal Ideation Attributes Scale (SIDAS), sociale steun met de Sociale Steun Lijst (SSL-I-12) en zelfwaardering met de Rosenberg Self-Esteem Scale (RSES). Statistische analyses omvatten correlaties en multiple regressieanalyses, waarbij ook leeftijd, geslacht en betrokkenheid van ambulante begeleiding zijn meegenomen. Positieve zelfwaardering bleek een significante negatieve voorspeller van suïcidaliteit, terwijl sociale steun wel correleerde met suïcidaliteit, maar geen significante voorspeller ervan was. Een lagere leeft ijd hing samen met een hogere mate van suïcidaliteit. Mensen met een ambulant begeleider rapporteerden een hogere mate van suïcidaliteit. De bevindingen bieden aanknopingspunten voor vervolgonderzoek en preventie en behandeling van suïcidaliteit bij mensen met autisme.

SUMMARY
People with autism have an elevated risk of suicidality. Although research increasingly identifies risk factors, far less is known about protective factors such as social support and self-esteem. Th is study examined the extent to which social support and self-esteem are associated with lower levels of suicidality among adults with autism. A cross-sectional study was conducted within specialized mental health care. Suicidality was measured using the Suicidal Ideation Attributes Scale (SIDAS), social support with the Social Support List (SSL-I-12), and self-esteem with the Rosenberg Self-Esteem Scale (RSES). Statistical analyses included correlations and multiple regression analyses, controlling for age, gender, and involvement of an outpatient counselor. Higher self-esteem emerged as a signifi cant negative predictor of suicidality, whereas social support (although correlated with suicidality) did not signifi cantly predict it in the regression model. Younger age was associated with higher suicidality and individuals with an outpatient counselor reported higher levels of suicidality. Th ese fi ndings off er valuable directions for future research, prevention, and clinical interventions targeting suicidality by people with autism.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (18 juli 2025) gaf tussen 2022 en 2024 ongeveer drie procent van de Nederlandse bevolking van vier jaar en ouder te kennen een autismespectrumstoornis (ASS) te hebben. Wanneer er wordt gekeken naar de cijfers van de prevalentie van suïcidaliteit bij mensen met autisme blijken deze hoger dan in de algemene bevolking. Een systematische review studie van Brown et al. (2024) toonde aan dat mensen met autisme een achtvoudig verhoogd risico lopen om te overlijden door suïcide, in vergelijking met de algemene populatie waarbij suïcidaliteit los staat van de leeftijd (Van Bentum et al., 2024). Uit een review-studie van Zahid en Upthegrove (2017) blijkt dat 72% van de mensen met autisme suïcidale ideaties heeft en 7 tot 47% een suïcidepoging doet. De kans op een dodelijke afloop bij een suïcidepoging is onder mensen met autisme groter omdat ze vaker agressieve en dodelijke methodes hanteren  Gillberg, 2002; Kato et al., 2013). Er zijn verschillende risicofactoren die ermee te maken hebben dat mensen met autisme kwetsbaarder zijn voor suïcidaliteit dan de algemene bevolking.

Meer info
3,90
Bespreking van de meta-analyse van Wu et al. (2026) over de effectiviteit van muziektherapie voor kinderen met autisme

Bespreking van de meta-analyse van Wu et al. (2026) over de effectiviteit van muziektherapie voor kinderen met autisme

Dit artikel beschrijft de resultaten van een meta-analyse uitgevoerd over 18 studies aangaande muziektherapie, bedoeld voor kinderen met autisme. De bevindingen laten zien dat de therapie positief bijdraagt aan sociale, sensorische, emotionele en verbale vaardigheden.

SUMMARY
This article describes the outcome of a meta-analysis carried-out on 18 studies focused on music therapy for children with autism. Results indicate that the intervention increases social, sensory, emotionally and verbal skills.

De laatste keer dat het WTA uitgebreid aandacht besteedde aan muziektherapie voor kinderen met autisme, betrof de bijdrage van Mathieu Pater in volume 3, 2023. Er werd stilgestaan bij wat er precies gebeurt tijdens de therapie, wat er bereikt kan worden en welke elementen aan de resultaten bijdragen. Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, blijft een punt van aandacht dat bij veel studies de onderzoekspopulatie zo klein is dat het te vroeg is om te stellen of de interventie evidence based is. Wellicht kunnen de resultaten van de recent uitgevoerde meta-analyse van Wu en collega’s (2026) gezien worden als een stap in de gewenste richting. De participanten (n=334 in de muziektherapiegroep en n=318 in de controlegroep) waren gediagnostiseerd met behulp van internationaal geaccepteerde instrumenten (DSM IV of V of de ICD-10). Studies werden niet bij de meta-analyse betrokken wanneer er een controlegroep ontbrak.
Uiteindelijk werden 18 studies opgenomen met een sterk uiteenlopende muziekstijl en duur van de therapie. Voor het risico op een bias werd gecontroleerd via The Cochrane Risk of Bias Assessment Tool. Resultaten tonen aan dat muziektherapie de totaalscore op de Autism Behavior Checklist (ABC: Krug et al., 1980) en de Childhood Rating Scale (CARS: Schopler et al., 1980) significant reduceert, wat inhoudt dat sociale, sensorische, emotionele en verbale vaardigheden toenemen. Ook worden studies besproken die positieve resultaten rapporteren als gevolg van de interventie rond de functionele connectiviteit van de auditieve cortex en subcorticale- en motorische gebieden.
Een grote beperking van de meta-analyse betreft het ontbreken van lange termijn uitkomsten. Of de positieve resultaten blijvend van aard zijn zou daarom een belangrijk onderdeel moeten vormen van toekomstige studies omtrent de effecten van muziekinterventie bij kinderen met autisme.

Auteursgegevens
Jaap van der Meere is em. Hoogleraar in de Bio- en Neuropsychologie van de ontwikkelingsstoornissen en hoofdredacteur van het WTA.

Meer info
Gratis
De Ouder-Kind Kanjertraining Plus voor kinderen met (vermoeden van) ADHD en ASS

De Ouder-Kind Kanjertraining Plus voor kinderen met (vermoeden van) ADHD en ASS

De Kanjertraining wordt sinds 1996 in Nederland toegepast om sociaal-emotioneel welzijn te bevorderen, in een schoolversie en in een klinische versie uitgevoerd door psychologen-/orthopedagogen-praktijken, gericht op ouders en kinderen. De Ouder-Kind Kanjertraining Plus is hierop een aanpassing. De variant is bestemd voor kinderen van 6–13 jaar met een (vermoeden van) ADHD en/of ASS, en hun ouders. De training combineert cognitieve, gedragsmatige en systeemgerichte elementen in tien groepssessies onder begeleiding van een psycholoog of orthopedagoog. Ouders nemen verplicht deel en fungeren als co-therapeuten, waardoor het geleerde gedrag thuis en op school wordt bekrachtigd. De reguliere ouder-kind Kanjertraining is door het Nederlands Jeugdinstituut erkend als ‘effectief volgens sterke aanwijzingen’, met bewezen afname van externaliserend en internaliserend gedrag. De Plus-variant is nog niet wetenschappelijk geëvalueerd, maar praktijkervaringen tonen veelbelovende effecten op gebied van zelfvertrouwen, sociale interactie en ouder-kindrelaties.

SUMMARY
The Ouder-Kind Kanjertraining Plus is meant for children (age range 6 to 13 years) with characteristics of ADHD and/or autism. The training elaborates on the original Kanjer-training, widely accepted and used in the Netherlands. The surplus of the Plus training is the inclusion of caretakers and teachers in the intervention to improve self-confi dence, social abilities in the child and its relation with their near environment.

De Kanjertraining, een interventie gericht op het bevorderen van sociaal welzijn en het verminderen van sociale problemen, is binnen het Nederlands onderwijs breed bekend. De training is in 1996 ontworpen door drs. Gerard Weide (NJI, databank effectieve jeugdinterventies) en wordt beheerd, samen met de bijbehorende materialen en het Kenniscentrum Kanjertraining, door de Stichting Kanjertraining (www.kanjertraining. nl). Voor wetenschappelijk bewezen eff ecten van de reguliere ouder-kind Kanjertraining verwijzen wij naar Vliek (2015) en Vliek, Overbeek en Orobio de Castro (2019).
Dit artikel richt zich op een meer intensieve, curatieve versie: de ouder-kind Kanjertraining Plus, ontwikkeld door de schrijvers van dit artikel en speciaal geschikt gemaakt voor kinderen (van 6-13 jaar) met (een vermoeden van) Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) en/of Autisme Spectrum Stoornis (ASS), met daarbij gedragsproblemen in de omgang met leeftijdsgenoten en hun ouders. Voor de mixture van ADHD en ASS is gekozen vanwege zowel de overlap in problematiek als ook de groepsdynamiek. Immers, kinderen met kenmerken van ASS leren van leeftijdsgenootjes met ADHD om snel contact te maken (Van Rijn & Vermeyden, 2009), terwijl andersom, kinderen met kenmerken van ADHD van leeftijdsgenootjes met ASS juist kunnen leren om in een interactie terughoudender te zijn.
De gedragsproblemen van deze mixture manifesteren zich vaak niet alleen op school maar ook in de thuissituatie — wat impliceert dat een schoolse interventie alleen onvoldoende is. In lijn hiermee wordt bij de Kanjertraining Plus behalve de thuissituatie ook de schoolse situatie meegenomen. Leerkrachten worden op de hoogte gehouden van de aangeleerde vaardigheden en de methodiek van aanbieden zodat zij in de klas hierop kunnen aansluiten. Daarnaast is er, indien gewenst én met toestemming van ouders, contact tussen de trainers en de leerkracht van de kinderen. Belangrijker voor de training is evenwel de opvoedingsrelatie tussen ouder en kind.
De aanpak van de ouder-kind Kanjertraining Plus wijkt ten opzichte van de reguliere ouder-kind variant af door een sterkere nadruk op structuur, voorspelbare communicatie en instructie, en psycho-educatie. Ouders en kinderen krijgen inzicht in welke vaardigheden voor hun kind lastig zijn – en hoe deze samenhangen met kenmerken van ADHD en/of ASS.

Meer info
3,90
Een vrouwvriendelijke, maar ook mannen-minnende autisme-screener: de Autistic Women’s Experience (AWE)

Een vrouwvriendelijke, maar ook mannen-minnende autisme-screener: de Autistic Women’s Experience (AWE)

Een nieuwe Nederlandse screeningsvragenlijst voor autisme (leeftijd >16) werd ontwikkeld om beter aan te sluiten bij de ervaringen van vrouwen met autisme: de Autistic Women’s Experience (AWE). De bestaande 50-item Autismspectrum Questionnaire (AQ) diende als basis en werd aangevuld met 52 items die van toepassing zijn op ervaringen van vrouwen met autisme, zoals camoufleren en sensorische gevoeligheid. Eerst werden 75 items geselecteerd die goed discrimineerden tussen vrouwen met (n=79) en zonder autisme (n=238). Vervolgens resulteerde een factoranalyse bij alle vrouwelijke deelnemers in een lijst met 49 items (waarvan 27 nieuwe items) verdeeld over vijf subschalen: sociaal functioneren en communicatie, initiatief en sociale motivatie, sociale intuïtie, grenzen aanvoelen en aandacht voor details. Er werden verrassend genoeg geen genderverschillen gevonden op de totaalscore van de AWE: geen significant verschil tussen autistische mannen (n=59) en vrouwen (n=79) en geen significant verschil tussen mannen (n=236) en vrouwen (n=238) uit de algemene bevolking. De AWE cut-off score van 123+ is daarom van toepassing op zowel mannen als vrouwen. Zowel de AWE als de AQ bleken in deze studie uitstekende instrumenten om autistische kenmerken bij mannen en vrouwen te meten. Tegelijkertijd vonden we op de AWE meer overeenkomsten dan verschillen tussen mannen en vrouwen in de innerlijke ervaring van autisme, wat vooralsnog geen steun biedt voor het bestaan van een specifiek ‘vrouwelijk autisme-fenotype’. De AWE heeft met de nieuwe subschalen aanvullende klinische waarde voor vrouwvriendelijke autisme-zorg, maar is zeker ook mannen-minnend.

SUMMARY
A new Dutch screening questionnaire for autism (16+) was developed to better capture the experiences of women with autism: the Autistic Women’s Experience (AWE). Its psychometric properties were tested in a group of autistic adults (n=79 women and n=59 men) and a group of adults from the general population (n=238 women and n=236 men). Th e AWE consists of 49 items (22 items from the Autism-spectrum Questionnaire (AQ) and 27 newly developed items). Surprisingly, no gender diff erences were found on the AWE total score, either within the autism group or the group from the general population. Both AQ and AWE appeared to be excellent measures for assessing autistic traits in both men and women. Th e AWE adds additional clinical value for gender-sensitive autism care. 

Recent Zweeds populatie-onderzoek laat zien dat op kinderleeft ijd meer jongens dan meisjes een diagnose autisme krijgen (Fyfe et al., 2026). Vanaf de leeftijd van ongeveer 10 jaar krijgen meer meisjes de diagnose, waardoor tegenwoordig uiteindelijk ongeveer evenveel volwassen mannen als vrouwen met autisme zijn gediagnostiseerd. Zij het dat de diagnose autisme bij meiden/vrouwen vaak laat gesteld wordt, of aanvankelijk wordt verward met een andere diagnose (Begeer et al., 2013). Wereldwijd wordt autisme bij vrouwen steeds vaker herkend, met een groeiend aantal diagnoses als gevolg (Russell et al., 2022). Inmiddels is naar schatting 1 op de 3 volwassenen met autisme een vrouw (Loomes et al., 2017).
Mogelijk uit autisme zich bij meiden/vrouwen anders dan bij mannen; dit wordt ook wel het ‘vrouwelijke autisme-fenotype’ genoemd (Kok, 2021). Het is inderdaad zo dat vrouwen met autisme vaker camoufleren dan mannen met autisme; soms bewust maar vaak ook onbewust en al van jongs af aan. Deze bevinding is gebaseerd op de Nederlandse Vragenlijst Camoufleren van Autistische Trekken (CAT-Q-NL) en sluit aan bij internationale resultaten (Van der Putten et al., 2023). Verder hebben meisjes met autisme vaak een sterkere motivatie om sociaal contact te leggen dan jongens met autisme, maar hebben vervolgens, vanwege hun beperktere sociale vaardigheden, vaak moeite met het ontwikkelen en onderhouden ervan (Sedgewick et al., 2016; Tierney et al., 2016). Dit verklaart ook waarom vrouwen meer camoufleren.

Meer info
3,90