Dit artikel beschrijft de ontstaansgeschiedenis van kinderdagverblijf De Hutte, de eerste Nederlandse instelling voor mensen met autisme. Oprichter Jel(tje) Prins (1907-1994) kwam gedurende haar werk voor medisch kinderdagverblijf ’t Kabouterhuis geregeld in aanraking met autistische kinderen die daar niet op hun plek waren. Uit mededogen met hen zegde ze in 1962 haar baan op om enkele kinderen op te vangen, in eerste instantie in een schuur in haar achtertuin. Met steun van prominenten uit het Amsterdamse ggz-milieu kon in 1971 een pand worden aangekocht. Mede dankzij hoogleraar kinderpsychiatrie Bets Frijling- Schreuder en kinderpsychiater Jaap Chrisstoff els groeide haar initiatief uit tot een op psychoanalytische principes gebaseerde dagkliniek. Door hoge kosten en veranderende opvattingen over autismezorg zou De Hutte uiteindelijk in 1979 worden gesloten.
SUMMARY
The article describes the history of day-care centre De Hutte, the first Dutch institution for people with autism. Founder Jel(tje) Prins (1907–1994) frequently encountered autistic children during her work for the medical day-care centre ’t Kabouterhuis, where they clearly did not belong. Out of compassion for them, she resigned from her job in 1962 to care for a few children, initially in a shed in her backyard. With the support of prominent figures from Amsterdam’s mental health care community, a building was purchased in 1971. Thanks to child psychiatry professor Bets Frijling-Schreuder and medical director and child psychiatrist Jaap Chrisstoffels into a day clinic based on psychoanalytic principles. De Hutte was eventually closed in 1979 due to high costs and changing views on autism care.
Ergens door gebiologeerd zijn, maar er nauwelijks iets over kunnen vinden: er is weinig zo tergend voor de historicus. Deze mengeling van fascinatie en frustratie heb ik zelden zo sterk gevoeld als toen ik jaren geleden het bestaan van De Hutte ontdekte, een Amsterdams kinderdagverblijf voor autistische kinderen.
Medio 2022 ondernam ik mijn eerste poging om meer te weten te komen over deze instelling, de eerste voorziening voor autisten van ons land. Google, het digitale krantenarchief Delpher en oude ledenbladen van autismebelangenverenigingen leverden wat brokken informatie op, genoeg om iets van een ontstaansgeschiedenis uit te destilleren. De Hutte werd begin jaren zestig opgericht door ene ‘zuster J. Prins’, zo las ik – haar voornaam werd helaas niet vermeld (Chrisstoffels, 1975: 173-74; Sier, 1971: 13; Van Meurs, 1975: 5). Als adjunct-directeur van medisch kleuterdagverblijf ’t Kabouterhuis in de Rivierenbuurt was zij in aanraking gekomen met kinderen die moeilijk contact maakten en meer aandacht vroegen dan het personeel hen kon bieden. Deze kinderen bleken autisme te hebben en kwamen vanwege een gebrek aan specialistische zorg vaak terecht in residentiële instellingen of in het verstandelijkgehandicaptencircuit. Prins nam ontslag bij ’t Kabouterhuis om enkele autistische kinderen op te vangen, wat ze aanvankelijk in haar eigen huis deed. Haar werk werd gesteund door een stichting die in 1967 werd opgericht (Chrisstoffels & Tieken, 1976: 21). In 1971 ging Prins met pensioen en benoemde de stichting kinderpsychiater en psychoanalyticus Jaap Chrisstoffels tot directeur van De Hutte. Datzelfde jaar kocht het bestuur een pand aan waar het dagverblijf tot haar opheffing in 1979 gehuisvest zou blijven.
Verder dan deze feiten en de vondst van enkele wetenschappelijke publicaties over De Hutte kwam ik die zomer niet, en navraag bij ’s lands meest ervaren autismedeskundige Ina van Berckelaer-Onnes liep ook op niets uit. Na enkele weken zoeken naar meer informatie en vele hoofdbrekens over waar de J. in J. Prins voor stond, staakte ik mijn poging. Ik bereidde me er alvast op voor dat dit wellicht alles was wat er te nog te achterhalen viel. Ongeveer een jaar later deed ik tijdens een nachtelijke Delphersessie een vondst die mijn fascinatie voor De Hutte weer aanwakkerde. Hoe ik er die dag op kwam om weer eens naar het dagverblijf te zoeken weet ik niet meer, noch welke zoektermen ik gebruikte, maar feit is dat ik op een kort artikel-met-foto stuitte over het afscheid van zuster Prins bij ’t Kabouterhuis. Ik was opgetogen dat ik nu wist hoe ze eruit zag, maar ook in dit berichtje werd haar voornaam niet genoemd. Deze vondst bracht mij ertoe om mijn De Hutte-documentatie nog eens door te nemen en alle namen en aanwijzingen die ik daarin tegenkwam na te trekken.