Onderkennen kinderen met autisme de invloed van stemming op gedrag?

Onderkennen kinderen met autisme de invloed van stemming op gedrag?

Productgroep WTA 2004-1
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In twee experimenten werd onderzocht of normaal intelligente kinderen met en zonder autisme van rond de 10 jaar oud onderkennen dat de stemming van mensen van invloed kan zijn op iemands gedrag. In beide experimenten werden kinderen beschrijvingen van hypothetische sociale interacties voorgelegd. Hierbij werd informatie over de stemmingen van de beschreven personen expliciet (experiment 1) of impliciet en in combinatie met irrelevante informatie (experiment 2) aangeboden. De proefpersoontjes werd gevraagd gedrag te voorspellen en te verklaren, waarbij het de vraag was of zij gebruik zouden maken van de aangeboden informatie over de stemmingen van de betrokken personen. Kinderen met autisme bleken even goed als hun normaal ontwikkelende leeftijdsgenootjes in staat om stemming informatie te koppelen aan gedrag.Verschillen tussen beide groepen werden met name gevonden in de manier waarop kinderen hun antwoord toelichtten aan de proefleider. De resultaten zullen worden besproken met betrekking tot het relatief sterk ontwikkelde theoretische begrip van emoties en sociale interacties bij normaal intelligente kinderen met autisme en hun relatief zwakke vermogen om deze kennis te communiceren en toe te passen in alledaagse situaties.

Summary 
In two experiments, normally intelligent children with and without autism were tested for their understanding of social consequences of moods in other persons. Both experiments included stories about hypothetical social interactions. Information about mood states of story characters were described explicitly (study 1) or implicitly and combined with irrelevant information (study 2). Children were asked to predict and explain behaviour of the story characters. Children’s answers were analysed for the extent to which they relied on the information about the moods of the story characters. Following direct questions about possible mood consequences, little divergence was found between autistic and normally developing samples. However, various group differences were found in the way children referred to mood in the justifications of their responses. Findings are discussed with respect to the relatively strong theoretical understanding of emotions and social interactions of normally intelligent children with autism in structured test situations, and their poor ability to apply and communicate this knowledge in daily life situations.

Inleiding
Autisme wordt vaak in verband gebracht met een verminderd begrip van emoties (Hobson, 2002). Met name bij verstandelijk beperkte, oftewel laagfunctionerende kinderen met autisme zijn gebreken aangetoond in aandacht voor emotionele uitdrukkingen bij anderen, de communicatie van eigen emoties en de onderkenning van het subjectieve karakter van emoties (Kasari, Chaimberlain, & Bauminger, 2001). Bij normaal intelligente kinderen met autisme, ook wel hoogfunctionerend genoemd, blijkt het begrip van emoties echter vaak redelijk adequaat te zijn. Hoewel er weinig onderzoek is gedaan naar emotie begrip op jonge leeftijd is bekend dat deze kinderen rond de leeftijd van 10 jaar niet verschillen van hun normaal ontwikkelende leeftijdsgenoten in fundamentele vaardigheden als het herkennen van emotionele uitdrukkingen, het benoemen van emoties en inzicht in de oorzaken van emoties (Davies, Bishop, Manstead, & Tantam, 1994; Capps, Sigman, & Yirmiya, 1995; Dahlgren & Trillingsgaard, 1996; Rieffe, Meerum Terwogt, & Stockmann, 2000; Begeer, Rieffe, & Meerum Terwogt, 2004).
Hoewel deze kinderen dus basale emotie kennis bezitten, is het de vraag in hoeverre zij ook begrijpen wat zij met deze kennis kunnen doen. Eén van de voordelen van het inzicht in andermans emoties is dat het gedrag begrijpelijker en voorspelbaar maakt. In het huidige onderzoek wordt ingegaan op het inzicht van hoogfunctionerende kinderen met autisme in het feit dat het gedrag van een persoon in zekere mate beïnvloed kan zijn door zijn of haar stemming. Hierbij is het van belang onderscheid te maken tussen een emotie (een affectieve toestand die een directe, oorzakelijke relatie heeft met een specifieke gebeurtenis of situatie) en een stemming (een algemene affectieve toestand, zonder duidelijke oorzaak, aanzet of begin) (Frijda, 1991).