Emotionele competentie van kinderen met ASS

Emotionele competentie van kinderen met ASS

Productgroep WTA 2007-1
Sander Begeer | 2007
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Volgens de diagnostische criteria vertonen kinderen met autismespectrumstoornissen (ASS) beperkingen in hun emotionele competentie. De aard van deze beperkingen wordt echter nauwelijks toegelicht. Hiernaast is wetenschappelijk bewijs voor deze beperkingen genuanceerd en niet altijd eenduidig. In deze bijdrage zal een groot aantal recente onderzoeken worden beschreven naar de emotionele competentie van kinderen en adolescenten met ASS. Deze onderzoeken zullen gerelateerd worden aan de diagnostische criteria van ASS. Het functioneren van verstandelijk beperkte en normaal intelligente kinderen met ASS van verschillende leeftijden wordt besproken aan de hand van aspecten van de emotionele competentie die van belang zijn in het dagelijkse sociale functioneren: expressie, waarnemen, reageren en begrijpen. Op verschillende gebieden wordt geen empirische onderbouwing gevonden voor de beperkte emotionele competentie die verondersteld wordt in de diagnostische literatuur. Consistente wetenschappelijke bevindingen maar ook discrepanties tussen wetenschap en praktijk zullen worden besproken, uitmondend in een aantal theoretische en praktische aanbevelingen.

Summary 
Emotional impairments are laid down in the diagnostic criteria of autism spectrum disorders (ASD). However, the scientific evidence for these impairments is varied and subtle. In this contribution, recent empirical studies that examined the emotional competence in children and adolescents with ASD are reviewed and related to the diagnostic criteria. Four aspects of emotional competence that are important to children’s daily social functioning (expression, perception, responding, and understanding) are discussed in a tentative chronological order, differentiating between mentally retarded and normally intelligent children and adolescents with and without ASD. On various accounts, the emotional impairments of children with ASD that are found in scientific studies do not confirm the impairments suggested by the diagnostic literature. Consistent empirical findings and gaps in the field are discussed and theoretical and clinical recommendations for clinical assessment procedures are suggested.

Inleiding
Volgens de huidige, vierde editie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (vanaf nu ‘DSM’), wordt gesproken van een autistische stoornis indien een kind of adolescent wordt gekenmerkt door kwalitatieve beperkingen in sociale interactie en communicatie en beperkte, zich herhalende stereotype patronen van gedrag en interesses. Deze beperkingen zijn aanwezig vanaf de vroege kindertijd en beïnvloeden alle aspecten van de ontwikkeling (American Psychiatric Association, 2000; Volkmar, Lord, Bailey, Schultz, & Klin, 2004). De sociale beperkingen van kinderen en adolescenten met autisme of een autismespectrumstoornis (vanaf nu ‘kinderen met ASS’) zoals beschreven in de DSM, maar ook in internationaal erkende diagnostische instrumenten die hiervan zijn afgeleid, zoals de Autism Diagnostic Interview- Revised (ADI-R) (Rutter, Lecouteur, & Lord, 2003) of de Autism Diagnostic Observation Scale (ADOS) (Lord et al., 2000), bestaan voor een belangrijk deel uit tekortkomingen in de emotionele competentie. De richtlijnen van de DSM bevatten echter geen adviezen over hoe de grens tussen wat beperkt en niet beperkt is precies bepaald moet worden. Ook is het niet duidelijk wat de rol is van de leeftijd, het intelligentie niveau en de testsituatie van de kinderen voor wie dit bepaald moet worden.