Op deze en volgende pagina’s wordt de WTA-lezing 2006 geprojecteerd zoals gehouden door Hester Kuiper en Henk Walder op 9 juni jl. Dit naar aanleiding van hun bekroonde artikel ‘Relatietherapie bij ASS (echt)paren’ zoals dat verscheen in het WTA nr. 2, 2005. Ten opzichte van dit artikel wordt in deze lezing duidelijk dat – aangestuurd door verdere praktijkervaring met deze problematiek – er sprake is van voortschrijdend en verdiepend inzicht in deze therapie. De tekst werd samengesteld door C. Weber en is geautoriseerd door de sprekers.
Bij het ontwikkelen van een behandelmodule voor relatietherapie waarbij een van de partners ASS heeft, zijn wij uitgegaan van een drietal vooronderstellingen. In de eerste plaats: bij de speciale therapie voor deze (echt)paren zijn nadrukkelijk drie dimensies in het geding. De partner met de autistische stoornis, de partner zonder autistische stoornis en de relatie zelf. Op het eerste gezicht lijkt dit een open deur maar dan wel een die verwijst naar een belangrijk inzicht dat aan de basis staat van de relatie die wij hier bespreken. In deze speciale relatie ligt telkens het gevaar op de loer te denken in de beperkingen die het autisme met zich meebrengt. Naar ons oordeel is dat een pitfall die vermeden kan worden door ons telkens te realiseren dat ook de dimensie van de partner zonder ASS met (meestal) haar eigen inbreng, en de inhoud en dynamiek van de relatie zelf evenzeer van belang zijn.
De tweede vooronderstelling is dat wij vermoeden dat het demandwithdrawal patroon bij deze relaties vaker voor zou komen dan gemiddeld. De hypothese was dat de partner zonder ASS initiatief neemt tot het bespreken van problemen, meer vragen stelt, meer kritiek geeft en dat de partner met ASS (meestal de man) zich vervolgens meer zou terugtrekken. Bij het vormgeven aan een relatietherapie is het dan zaak om daar alert op te zijn en daar rekening mee te houden.
Verdieping 1: demand-withdrawal
Christensen onderscheidde het demand-withdrawal patroon als veel voorkomend in vrouw-man relaties. De partners van ASS, vaak vrouwen, nemen in de regel het initiatief tot een gesprek en komen dus in een positie van vrager (willen overleggen over opvoeding van de kinderen of over het huishouden of over hun werk of over de relatie en de gevoelens die ze daarover hebben). Zij zijn vaak degenen die kritiek uiten over te weinig respons en wat we zien is dat de ASS man zich meer terugtrekt.
In 2003 beschrijft Baron-Cohen in: “The essential difference” de problemen die Aspergers hebben met empathie. Hij vat zijn theorie over autisme op als een extreme vorm van het mannelijk brein, de zogenaamde “Extreme Male Brain”. Volgens deze theorie heeft elke man of vrouw een bepaald “hersentype”. Er zijn drie veel voorkomende hersentypen, te weten:
Het E-type ofwel vrouwelijk brein: sterk ontwikkeld empathisch vermogen; Het S-type ofwel mannelijk brein: sterk ontwikkeld systematisch, analytisch vermogen; Het B-type ofwel meer gebalanceerd man/vrouw brein. Hier zijn het empathisch en het systematisch-analytisch vermogen met elkaar in evenwicht.