WTA-lezing 2005

WTA-lezing 2005

Productgroep WTA 2005-3
2005
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

De meest bekende probleemgebieden van kinderen met autisme zijn 1) stoornissen in de omgang met anderen 2) problemen in hun communicatie en 3) stoornissen op het gebied van flexibiliteit in denken en doen. Met name in de sociale en emotionele interacties met anderen komen deze karakteristieken duidelijk naar voren.
Afhankelijk ook van het niveau, is van deze kinderen bekend, dat er een zekere asymmetrie bestaat tussen hun kennis en hun vaardigheden. Aan de ene kant tonen zij basale sociaal-emotionele inzichten. Zij zijn bijvoorbeeld in staat om te praten over andere mensen en kunnen duidelijk maken wat een boze emotie is of hoe iemand kijkt die zich boos voelt. Zij hebben derhalve een beeld van sociale en emotionele interacties. Maar aan de andere kant blijkt toch dat zij in hun dagelijks leven op dit punt vaak in de problemen komen. Het lijkt er op dat zij de bestaande basale inzichten en competenties niet toepassen in alledaagse situaties. De gesignaleerde asymmetrie tussen kennis en vaardigheden vormden de aanleiding tot onderzoek dat ik samen met Mark Meerum Terwogt, Carolien Rieffe, Hans Koot en Hedy Stegge uitvoerde en dat resulteerde in de dissertatie Social and emotional skills and understanding of children with autism spectrum disorders (Begeer, 2005).

Het onderzoek 
De twee centrale onderzoeksvragen uit het promotieonderzoek zijn:
1) In hoeverre hebben kinderen met ASS inzicht in de meer complexe sociale en emotionele situaties en
2) Waarom passen ze dit inzicht, indien aanwezig, niet toe?
Deze onderzoeksvragen werden getoetst door middel van 5 verschillende experimenten waarin de volgende onderwerpen aan bod kwamen: handelen op basis van Theory of Mind kennis, aandacht voor emotionele uitdrukkingen, de regulatie van emotionele expressie, en het inzicht in de gevolgen van stemming en conflicterende emoties.
Per experiment deden gemiddeld tussen de 22 tot 32 kinderen met Hoog Functionerend Autisme (HFA) mee. Voor 95 % waren dit jongens; leeftijd van 7 tot 13 jaar. Allen hadden een IQ van boven de 80. Ze waren afkomstig van verschillende instellingen: de Bascule (Duivendrecht), de Professor Waterinkschool (Amsterdam), het dr. Leo Kannerhuis (Oosterbeek) en de Berg en Bosch school (Bilthoven). Controlegroepen gematched op sekseverdeling, leeftijd en IQ-scores werden gerecruteerd uit het normale basisonderwijs.