Met behulp van de AVZ-R werd nagegaan of een autismespectrumstoornis(ASS) bij personen met een verstandelijke beperking (VB) – zoals bij personen zonder VB – in de loop der jaren milder wordt. De onderzoeksgroep bestond uit 404 personen met zowel een ASS als een VB en 675 personen met alleen een VB. We onderscheidden twee niveaugroepen, de Diep/Ernstig en de Matig/Licht verstandelijk beperkte groep. Daarbinnen onderscheidden we drie leeftijdsgroepen: 2-19-jarigen, 20-39-jarigen en 40-59-jarigen. De gemiddelde AVZ-R-scores bij de tweemaal drie leeftijdsgroepen met de diagnose ASS bleken steeds sterk met elkaar overeen te komen. Het scorebereik kwam eveneens sterk overeen. Bij itemanalyse en vergelijking met de categorie personen zonder ASS kwam als enige consistente uitkomst naar voren de toeneming met de leeftijd van de afhankelijkheid van patronen en routines. Deze bevinding lijkt eerder samen te hangen met het ouder worden in het algemeen dan met het al dan niet vertonen van een ASS. Al met al wordt de ernst van een ASS bij mensen met de dubbele diagnose ASS en VB in de loop der jaren hoogstwaarschijnlijk niet minder.
Summary
The current study investigated whether an ASS in individuals with MR becomes milder with the years, as is reported in individuals with an ASS without MR. The PDD-MRS was administered in 404 individuals with ASS and MR, and in 675 individuals with MR only. Two levels of functioning were distinguished: Profound/Severe MR and Moderate/Mild MR, both subdivided in three age groups: 2-19, 20-39 and 40-59 years. In individuals with an ASS, the mean PDD-MRS scores were similar in the three age categories of both levels of functioning. Additionally, the interval of scores was similar in each age group of the levels of functioning. These results suggest a consistent course of ASS in MR. Item analysis and comparison with individuals with MR only, showed just a single consistent outcome: the growing dependency of patterns and routines when growing older. This finding seems to be related to ageing of individuals with MR in general, more than to a diagnosis of ASS. In conclusion, the severity of an ASS in individuals with a dual diagnosis does probably not diminish with age.
De uitspraken in drie hoofdstukken van het Handbook of autism and pervasive developmental disorders (Volkmar, Paul, Klin & Cohen, 2005), hoofdstuk 1 van Volkmar en Klin, hoofdstuk 10 van Shea en Mesibov en hoofdstuk 32 van Baraneck, Parham en Bodfish, leiden tot de conclusie dat een autismespectrumstoornis, ofwel ASS, in de loop der jaren milder wordt. Deze conclusie lijkt echter in de eerste plaats geldig voor personen met een nauwelijks of niet verstandelijk beperkt niveau van functioneren. In de tweede plaats gaat het dan meestal over jonge en iets oudere kinderen, soms ook jeugdigen.
Wij illustreren dit met een korte bespreking van enkele redelijk recente publicaties op dit gebied. Het eerste onderzoeksverslag is dat van Beadle-Brown, Murphy, Wing et al. (2000). De onderzoekspopulatie is die van het bekende Camberwellonderzoek verricht door Wing en Gould (1979). Merendeels ging het over kinderen met een verstandelijke beperking, ofwel VB. Na omstreeks tien jaar werden deze kinderen, voor zover nog beschikbaar, weer onderzocht met onder meer de eerste experimentele versie van de HBS, Handicaps, Behaviours and Skills schedule. De conclusies inzake autistisch gedrag waren dat binnen het leeftijdsbereik van omsteeks 5 jaar tot zo’n 15 jaar in het bijzonder wat betreft de communicatieve vaardigheden, winst geboekt werd. Dit vooral vergeleken met de jongste van de vier onderscheiden leeftijdscategorieën. In hoeverre we hier te maken hebben met een normaal ontwikkelingsverschijnsel, wordt helaas niet besproken.