De VISK (Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen) is ontwikkeld om een nauwkeurige beschrijving te geven van de problematiek van kinderen met PDDNOS. In 2002 is de VISK herzien en aangepast, op basis van onderzoek met een grote heterogene onderzoeksgroep, waarin ook kinderen met een verstandelijke beperking waren betrokken. In dit artikel worden in hoofdlijnen de ontwikkeling en resultaten van de nieuwe VISK beschreven.
Summary
The CSBQ (Children´s Social Behaviour Questionnaire) is developed to give an accurate description of the problem behaviours of children diagnosed with PDDNOS. In 2002, the CSBQ was reviced and adjusted, based on the results of a study, containing a large heterogeneous sample,which also included mentally retarded children.This paper describes the main features of the development and results of the new CSBQ.
PDDNOS niet nader te specificeren?
Van alle kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS), krijgt een groot deel de diagnose PDDNOS (Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified).Vroegtijdige onderkenning en betrouwbare diagnostiek bij PDDNOS zijn van groot belang, omdat dit bijdraagt aan het zo adequaat mogelijk aanpassen van de omgeving, zodat de ontwikkeling van een kind zo optimaal mogelijk gestimuleerd kan worden. Dat is voor met name normaal begaafde kinderen met PDDNOS niet eenvoudig. De symptomen van kinderen met deze zogenaamde “aanverwante problematiek” zijn volgens de richtlijnen van de internationale classificatiesystemen, zoals de DSM-IV (APA, 1994; DSM-IVTR, 2002) en de ICD-10 (WHO,1992, 1993), het best in te delen in deze restcategorie van de pervasieve ontwikkelingsstoornissen, PDDNOS. Het is een ontwikkelingsstoornis die niet nader te specificeren is. Al blijken de classificatiesystemen ten opzichte van de eerdere versies sensitiever en specifieker te zijn voor wat betreft de pervasieve ontwikkelingsstoornissen (Volkmar, Klin & Cohen, 1997), nog steeds vallen veel kinderen buiten de boot, d.w.z. buiten de hoofdcategorieën Autistische Stoornis, Syndroom van Asperger,
Syndroom van Rett en Desintegratieve Stoornis. De ‘autistische’ gedragingen van deze kinderen, zoals sociale interactie problemen (bijvoorbeeld problemen in de omgang en afstemming met andere mensen), communicatie problemen (bijvoorbeeld problemen in het snappen van figuurlijke taal) en stereotiepe gedragingen (bijvoorbeeld het wiegen van het lichaam) zijn óf niet ernstig genoeg om precies te voldoen aan de beschrijving van de items van het classificatiesysteem (subthreshold symptomatology), óf voldoen (net) niet aan voldoende items voor de classificatie van bijvoorbeeld een Autistische Stoornis.