Kinderen met autisme hebben een relatief korte wijsvinger (2D) vergeleken bij hun ringvinger (4D). Er wordt vaak aangenomen dat de 2D:4D ratio is geassocieerd met prenataal testosteron en dat een hoog niveau van prenataal testosteron een rol speelt in de etiologie van autisme. Het is echter onbekend of dit effect specifiek is voor autisme. In dit onderzoek werden de 2D:4D ratios van 144 jongens met psychiatrische stoornissen in de leeftijd van 6 tot 14 jaar, en 96 jongens uit de algemene bevolking met elkaar vergeleken. Uit de resultaten kwam naar voren dat jongens met autisme, de stoornis van Asperger, PDD-NOS, ADHD en ODD lagere 2D:4D ratio’s hadden dan jongens met angststoornissen. Hiermee werd de hypothese gevormd dat een hoog niveau van prenataal testosteron niet alleen een rol speelt in de etiologie van autisme, maar ook in de etiologie van PDD-NOS, de stoornis van Asperger, ADHD en ODD. Jongens met angststoornissen lieten juist een vrij hoge 2D:4D ratio zien, hetgeen leidde tot de hypothese dat deze jongens in de baarmoeder hebben blootgestaan aan een kleinere hoeveelheid testosteron.
Summary
Children with autism have a relatively short index finger (2D) compared to their ring finger (4D). It is often presumed that the 2D:4D ratio is associated with fetal testosterone levels and that high fetal testosterone levels ould play a role in the etiology of autism. It is unknown however, whether this effect is specific to autism. Therefore, in this study, 2D:4D ratios of 144 boys aged 6 – 14 years with psychiatric disorders were compared to those of 96 boys from the general population. Boys with autism/Asperger syndrome, PDD-NOS, and ADHD/ODD had lower ratios than boys with an anxiety disorder. These results indicated that higher fetal testosterone levels may play a role not only in the origin of autism, but also in the etiology of PDD-NOS, Asperger syndrome, ADHD and ODD. Further, boys with anxiety disorders showed relatively high 2D:4D ratios, which suggested that they may have been exposed to lower prenatal testosterone levels.
Inleiding
Sinds 1875 is het bekend dat de verhouding tussen de wijsvinger en de ringvinger, oftewel de 2D:4D ratio bij mannen en vrouwen verschilt (Ecker, 1875). Dit is niet alleen het geval bij mensen, maar ook bij bijvoorbeeld bavianen (Manning & Bundred, 2000; McFadden & Bracht, 2003). Bij vrouwen ligt deze ratio gemiddeld rond de 1 en bij mannen ligt deze ratio lager (Peters e.a., 2002). De 2D:4D ratio is in eerder onderzoek reeds aan een velerlei karakteristieken gerelateerd; assertiviteit, borstkanker, vruchtbaarheid, handvoorkeur en homoseksualiteit (Manning & Bundred, 2000; McFadden e.a., 2005; Williams e.a., 2000). Tevens wordt de 2D:4D ratio geassocieerd met psychiatrische kenmerken, persoonlijkheid en met sociaal gedrag waarin mannen en vrouwen verschillen (Bailey & Hurd, 2005; Bailey & Hurd, 2005ª; Manning e.a., 2001).
De relatieve lengte van de vingers wordt vastgelegd binnen de eerste drie maanden na de bevruchting en verandert door het leven niet meer. Dit maakt deze 2D:4D ratio een zeer robuuste maat (Garn e.a., 1975; Manning e.a., 1998). De vingerlengteratio wordt gezien als een marker voor de hoeveelheid testosteron waaraan de foetus in de baarmoeder is blootgesteld. In eerder onderzoek zijn associaties gevonden tussen een lage 2D:4D ratio en een hoog prenataal testosteronniveau en vice versa, tussen een hoge 2D:4D ratio en een laag prenataal testosteronniveau (Lutchmaya e.a., 2004; Manning e.a., 1998).