Ervaringen van acht volwassenen met autisme die deelnamen aan schematherapie zijn onderzocht via semi-gestructureerde interviews, geanalyseerd via interpretatieve fenomenologische analyse (IPA) en verrijkt met het Japanse concept junsui keiken (zuivere ervaring). De resultaten wijzen in de richting van verhoogde zelfkennis, emotieregulatie en versterking van de ‘gezonde volwassene’-modus. Culturele en neurodiverse aanpassingen en de veilige therapeutische relatie waren cruciaal voor het therapeutisch succes.
SUMMARY
Traditional psychotherapeutic approaches often fail to meet the cognitive and emotional needs of autistic individuals, particularly due to their lack of recognition of masking behaviours and reliance on verbal social-emotional processing. Schema therapy offers a structured and predictable framework that may better align with autistic processing styles. Eight participants took part in semi-structured interviews, analysed using Interpretative Phenomenological Analysis (IPA), and enriched by the Japanese concept of junsui keiken (pure experience). Findings reveal an increased self-awareness, improved emotion regulation, and reinforcement of the ‘healthy adult’ mode. Cultural and neurodiversity-informed adaptations were crucial to therapeutic success. The study advocates for neurodiversityaffirming and culturally sensitive adaptations to schema therapy.
Het lijkt erop dat veel psychotherapeutische interventies zijn ontwikkeld zonder rekening te houden met de specifieke cognitieve en emotionele behoeften van autistische mensen, wat kan leiden tot suboptimale behandelresultaten (Spain et al., 2018). Met deze woorden in het achterhoofd is de centrale vraagstelling van het onderhavige onderzoek wat de betekenis kan zijn van de schematherapie voor mensen met autisme (Young, 1990; Young, et al., 2003). De therapie integreert elementen van de cognitieve gedragstherapie, psychodynamische therapie en Gestalt-therapie en richt zich op het herkennen en behandelen van vroege maladaptieve schema’s: diepgewortelde emotionele en cognitieve patronen. Waar andere therapievormen vaak de nadruk leggen op sociale intuïtie en emotionele flexibiliteit, biedt schematherapie een systematische, voorspelbare structuur die mogelijk aansluit bij autistische informatieverwerkingsstijlen. Denk daarbij aan overgevoeligheden voor sensorische prikkels en veranderingen, eigen aan autisme, die een voortijdige beëindiging van een behandeling in de hand werken. Een ander voorbeeld van wat conventionele therapieën minder adequaat zou kunnen maken is dat rond de vijftig procent van de autistische populatie moeite heeft om emoties te herkennen en te benoemen (alexithymia) (Berthoz & Hill, 2005). Dit fenomeen kan positieve effecten in de weg staan omdat veel interventies zwaar leunen op emotionele introspectie en verbalisatie.