Residentieel versus zelfstandig wonen: verschillen in cognitief functioneren

Residentieel versus zelfstandig wonen: verschillen in cognitief functioneren

Productgroep WTA 2003-2
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Bij normaal intelligente volwassenen met autisme (High Functioning Autism) werd de verdeelde-aandacht functie (divided attention) getest volgens het reactietijd paradigma van Sternberg (1969). Een deel van de proefpersonen was woonachtig in een residentiële setting en de overigen woonden zelfstandig en werden daarbij ondersteund via een project voor ambulante zorg. Beide subgroepen werden wat betreft hun verdeelde-aandacht functie vergeleken met een controlegroep.
De residentieel wonende proefpersonen demonstreerden een significant beperkt vermogen om hun aandacht te verdelen, vergeleken met de controlegroep.De zelfstandig wonende proefpersonen hadden een score die lag tussen die van de residentieel woonachtige groep en die van de controlegroep. De bevindingen worden besproken met betrekking tot hun relevantie voor de dagelijkse klinische praktijk.

Summary 
The goal of the current study was to test divided attention abilities of a group adults with autism and normal intellectual functioning, treated in a residential setting versus those treated in an out-patient setting. Both groups were compared with a control group using the Sternberg (1969) reaction time paradigm. It appeared that the in-patient group suffered from a divided attention deficit compared to a norm group.The patients treated in an out-patient setting scored in between the norm group and the in-patient group. Findings are discussed with respect to the relevance for the day to day clinical practice.

Inleiding
Autisme en aanverwante stoornissen worden gekenmerkt door ernstige tekortkomingen in vaardigheden op het vlak van sociale interactie en van communicatie en door bijzondere patronen qua gedrag, interesses en activiteiten (APA 1994). De verschijningsvorm van autisme verandert in de loop van het leven van een patiënt, maar de kernsymptomen blijven dezelfde (zie bijvoorbeeld Frith 1991). Hoewel de kernsymptomen van autisme beperkingen op het sociale vlak betreffen, moet volgens sommige deskundigen de oorzaak van autisme gezocht worden in afwijkende informatieverwerkingsprocessen (Jolliffe & Baron-Cohen 1997; Rutter & Bailey 1993). Binnen dit perspectief zijn er drie grote onderzoeksgebieden: Theory of Mind, Central Coherence en Executieve Functies (Baron- Cohen & Swettenham 1997). Onder de executieve functies wordt verstaan het vermogen om de aandacht te verschuiven, het vermogen om voor de hand liggende responses te onderdrukken, alsmede het vermogen om zich doelgericht te gedragen en om problemen op te lossen op een planmatige, strategische wijze (Goldman-Rakic 1993). Het onderzoek op het gebied van de executieve functies bij autisme is gebaseerd op onderzoeksresultaten uit de cognitieve psychologie betreffende hogere cognitieve processen zoals aandacht en planning (Gazzaniga, Ivry & Mangun 1998; Harris 1993). Patiënten met afwijkingen van de frontale cortex, bijvoorbeeld ten gevolge van een trauma, presteren bij uitstek zwak op taken waarin deze processen worden getoetst (zie bijvoorbeeld Damasio 1994; Anderson e.a. 2000).