Uitgangspunt van dit artikel is een publicatie die eerder in het Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie onder de titel Enkele gedachten over vroegkinderlijk imiteren en intersubjectiviteit in relatie tot aspecten van psychotherapie verscheen (Peters, 2003). Ik besprak hierin diverse opvattingen over imiteren en intersubjectiviteit en aan de hand van onderzoeken toonde ik het belang van vroegkinderlijk imiteren voor een goede ontwikkeling van intersubjectiviteit en voor de totale functionele ontwikkeling van kinderen aan.
Daarnaast verwees ik naar het belang hiervan voor bepaalde aspecten van psychotherapie en noemde ik met name de pretherapeutische reflecties. De bedoeling van dit artikel is dieper op de mogelijke relatie tussen imiteren, intersubjectiviteit en pretherapie in te gaan en met name te laten zien, dat een en ander ook opgaat voor cliënten met autisme of een aan autisme verwante stoornis. Met name wil ik laten zien dat pretherapeutische reflecties, mijns inziens, terugvallen op basale mogelijkheden uit de zeer vroege ontwikkeling van kinderen, waarmee ik hoop een model te geven dat de werking van pretherapie vanuit ontwikkelingsperspectief verduidelijkt.
Summary
The starting point of this text was an article published earlier in the Dutch Journal of Clientcentered Psychotherapy entitled Comments on imitation and intersubjectivity in neonates and infants in relation with various aspects of psychotherapy (Peters, 2003). In this article I discussed some ideas on imitation and intersubjectivity. On the basis of several studies I demonstrated the importance of imitation in early live for a well developed intersubjectivity and for a well established functional development in general.
I also referred to the importance of imitation and intersubjectivity for certain aspect of psychotherapy, particularly the pretherapeutic reflections.The intention of this article is a more thorough investigation into the possible relationship between imitation, intersubjectivity and pretherapy,which also is important for people with autism. In particular, I will show the reader that pretherapeutic reflections can be traced back to very basic innate potentialities in infants. In doing so I hope to provide a model that makes it possible to explain the successful application of pretherapy from a developmental perspective.
Introductie
Ofschoon ik niet uitgebreid zal ingaan op wat pretherapie is, zal ik voor degenen die niet bekend zijn met deze vorm van behandelen een korte toelichting geven (een uitgebreide theoretische en praktische beschrijving is, onder meer, te vinden in Peters, 1992 en 1996). Ik zal mij in dit artikel hoofdzakelijk beperken tot de praktische toepassing van pretherapeutische reflecties.
Pretherapie is een vorm van psychotherapie die toegepast wordt bij cliënten met zeer ernstige aangeboren of verworven contactstoornissen, voor wie de reguliere therapievormen zoals, bijvoorbeeld, gespreks-, gedrags- en speltherapie (nog) niet van toepassing zijn. De nagenoeg totale afwezigheid van contact maakt laatstgenoemde therapievormen niet mogelijk. Er zal bij deze cliënten dus eerst (weer) contact moeten ontstaan. Daartoe ontwikkelde de Amerikaanse psycholoog Prof. Dr. Garry Prouty in de jaren zeventig vanuit een cliëntgericht/experiëntieel referentiekader de zogenaamde ‘pretherapie’. In zijn opvatting begint het existentiële contact met de pure observatie van het bewuste, met het bewustzijn van de dingen in en om ons heen. Dat bewustzijn uit zich in symbolen en vindt, volgens hem, op drie niveaus plaats:
1 het bewustzijn van de wereld, dat wil zeggen van de concrete dingen om mij heen;
2 het bewustzijn van mijzelf;
3 het intentioneel bewustzijn, dat wil zeggen het intentioneel gericht zijn op de ander.