Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

Pervasieve ontwikkelingsstoornissen

Productgroep WTA 2007-3
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Op 5 en 6 juli organiseerde de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie Erasmus MC – Sophia samen met de RMPI te Barendrecht en SARR, BAVO Europoort een symposium onder de titel: ‘Pervasieve ontwikkelingsstoornissen langs de levenslijnen – Vier jaar later; andere stemmen.’Het laatste lid van de titel van dit congres verwijst naar het feit dat vier jaar eerder, in 2003, onder dezelfde titel een overeenkomstig congres werd georganiseerd voor deze doelgroep. Dit congres was zeer succesvol en leidde bijvoorbeeld tot de totstandkoming van het zeer lezenswaardige boek “Ontwikkeling langs de levenslijnen” (onder redactie van P.F.A. de Nijs, F. Verheij, J.L. Vlutters en I.L. Gelderblom, Uitgeverij Garant, 2004). De redactie van het WTA maakte met de organisatie van dit tweedaags symposium de afspraak dat enige relevante referaten door de sprekers zouden worden omgewerkt tot een tekst voor het WTA. Het hier onderstaande artikel is daar een voorbeeld van. Wij danken mw. Kirsten Greaves-Lord, als eerste auteur, voor haar leesbare bewerking van het referaat dat zij op genoemd symposium hield. M.m geldt dit evenzeer voor het artikel met eenzelfde achtergrond van mw. E.C. van Doorn dat wij projecteerden op pagina 120 e.v.

Introductie
In 1988 werd door Verheij, de Boer en Minderaa (1988) de term ‘pervasieve ontwikkelingsstoornissen’ in het Nederlandstalige gebied geïntroduceerd. Dit type stoornissen wordt ook wel ‘autismespectrumstoornissen’ of ‘aan autisme verwante contact stoornissen’ genoemd. De term ‘pervasief’ (ontleend aan de Engelse term ‘pervasive’) werd echter in navolging van de DSM geïntroduceerd, omdat dit woord juist de kern van dit type ontwikkelingsstoornissen zo goed omvat. Pervasief betekent ‘diep; allesomvattend; alle levensdomeinen, functies, ontwikkelingsfases doordringend’. En dit aspect is nu juist het meest kenmerkend voor dit type ontwikkelingsstoornissen: het functioneren van het kind is op vele domeinen beperkt wat leidt tot een groot aantal problemen (hetgeen overigens weer niet exclusief geldt voor autisme). Gedacht kan worden aan onhandigheid en overgevoeligheid voor geluiden, geuren en/of licht. Soms is er sprake van verminderde sensitiviteit (het niet voelen van pijn). Ook kunnen pervasieve ontwikkelingsstoornissen gepaard gaan met internaliserende problemen, ofwel problemen op het emotionele vlak, zoals angsten, paniek, en moeite met het reguleren van emoties (Weisbrot, Gadow, De Vincent, en Pomeroy, 2005). Tevens treden vaak externaliserende problemen op, zoals aandachts- en concentratieproblemen, hyperactiviteit, driftbuien en agressiviteit en wordt naast de diagnose ‘Pervasieve ontwikkelingsstoornis’ ook de diagnose ‘Attention Deficit Hyperactivity Disorder’ gesteld (Ruggieri, 2006). Dus, pervasieve ontwikkelingsstoornissen worden niet alleen gekenmerkt door problemen op het gebied van de sociale interactie, communicatie en stereotiepe handelingen en interesses: andersoortige problematiek is eerder regel dan uitzondering (de Bruin, Ferdinand, Meester, de Nijs, en Verheij, 2007). 
Deze logica volgend, zullen ouders van kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis tegen tal van problemen aanlopen die niet direct voortvloeien uit de drie hoofddomeinen welke de criteria vormen voor de diagnostische classificatie “Pervasieve ontwikkelingsstoornis”. Om deze hypotheses te toetsen is door ons geïnventariseerd met welke vragen ouders aankloppen bij de jeugd-GGZ en kinder- en jeugdpsychiatrie, waarbij rekening is gehouden met de leeftijd van het kind.