Obsessief-compulsief gedrag en autisme

Obsessief-compulsief gedrag en autisme

Productgroep WTA 2005-1
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Dit artikel heeft ten doel inzicht te krijgen in de aard van repetitieve gedragingen gerelateerd aan de obsessief-compulsievestoornis (OCD) en aan autisme. Tevens is getracht meer inzicht te geven in OCD met als doel dwanggedachten en dwanghandelingen te kunnen onderkennen bij personen met een autistische spectrumstoornis. Een verrichte literatuurstudie en een vergelijk tussen items van veelgebruikte diagnostische instrumenten (gedragslijsten) ten behoeve van OCD en autisme duiden erop dat er mogelijkerwijs een kwalitatief verschil bestaat tussen repetitieve gedragingen gerelateerd aan OCD en die gerelateerd aan autisme. Bij de eerstgenoemde zijn de repetitieve gedragingen ego-dystoon (ik-vreemd) en angstreducerend van karakter, terwijl de repetitieve gedragingen gerelateerd aan autisme ego-syntoon oftewel ik-eigen zijn (gedragingen gerelateerd aan preoccupaties en fascinaties) en het karakter van angstpreventie hebben (gedragingen die het vastzitten aan routines en rituelen betreffen).

Summary 
The purpose of this article is to gain insight in the nature of repetitive behavior related to the obsessive-compulsive disorder (OCD) and to autism. By means of this article an attempt is made to provide an insight as to how obsessions and compulsions can be recognized by people with autism. Based on a literature study and a comparison between items of often used diagnostic instruments (behavioral questionnaires) it can be tentatively concluded that there is a difference in the nature of repetitive behavior related to the obsessive-compulsive disorder (OCD) and repetitive behavior related to autism.The repetitive behavior related to OCD is distinctively ego-dystonic and focused on anxiety reduction, whereas the repetitive behavior related to autism is ego-syntonic (behavior related to preoccupation and fascinations) and can be characterized as anxiety preventive (behavior concerning attachment to routines and rituals).

Inleiding
Een 23-jarige jongen met een laaggemiddelde intelligentie laat veel herhaalde activiteiten zien. Zo kan hij meerdere keren de kraan open en dicht draaien, de deur open en dicht doen, de stekker in- en uittrekken, enzovoort. Hij zegt dat hij dit moet doen om rustig te blijven, het geeft hem zekerheid. Wanneer hij bijvoorbeeld de deur een paar keer open en dicht gedaan heeft, loopt hij de straat op. Hij moet er dan nog een paar keer aan denken en dan is ‘het’weg. Hij zegt dat hij nog nooit één van deze handelingen heeft afgeleerd, er komen er steeds meer bij. De jongen geeft aan dit ontzettend vervelend te vinden. Verder vertoont de jongen kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie en in de sociale interactie” (Casus Ambulatorium Universiteit Leiden, 2001). Zou hier sprake kunnen zijn van een jongen met een autistische stoornis die repetitieve gedragingen vertoont, passend binnen autisme, of zou er naast een autistische stoornis sprake kunnen zijn van een comorbide stoornis namelijk de obsessief-compulsieve stoornis? Deze vragen vormen de centrale thematiek van dit artikel waarin opgenomen een literatuurstudie en een kort vergelijkend onderzoek van gedragslijsten. Het is van belang om te vermelden dat dit artikel zich hoofdzakelijk richt op normaalbegaafde (jong)volwassenen