Dit artikel beschrijft een onderzoek naar gezichtsherkenning bij kinderen met een Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Niet Anderszins omschreven (Eng. PDD-NOS). In tegenstelling tot de meeste andere onderzoeken op dit gebied worden niet alleen de fouten, maar ook de reactiesnelheden gemeten. Dit geeft de mogelijkheid om te onderzoeken of kinderen met PDD-NOS een andere strategie gebruiken bij het herkennen van gezichten. Aan het onderzoek namen 26 normaal intelligente 7 tot 10-jarige kinderen met PDD-NOS en 65 zich normaal ontwikkelende kinderen van dezelfde leeftijd deel. Beide groepen kregen twee computertaken voorgelegd: een gezichtsherkenningstaak en een taak waarin abstracte visuo-spatiële patronen moesten worden herkend. De patronen waren gemakkelijk of moeilijk te herkennen.
De zich normaal ontwikkelende kinderen herkenden de gezichten sneller dan de moeilijk herkenbare patronen. De kinderen met PDD-NOS daarentegen hadden bijna net zoveel tijd nodig voor de gezichten als voor de moeilijk herkenbare patronen.De resultaten suggereren dat kinderen met PDD-NOS een kwalitatief andere strategie gebruiken bij het herkennen van gezichten dan zich normaal ontwikkelende kinderen. Ze gebruiken een strategie die meer tijd en aandacht vraagt. Men zou ook kunnen zeggen dat het herkennen van gezichten bij kinderen met PDD-NOS minder geautomatiseerd of ‘Gestalt-achtig’ verloopt dan bij zich normaal ontwikkelende kinderen.
Summary
The present study investigates the accuracy and speed of face recognition in children with a Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified (PDDNOS, DSM-IV,APA, 1994).The study includes a clinical group of 26 non-retarded 7- to 10-year-old children with PDDNOS and a control group of 65 normally developing children of the same age.Two computerised reaction time tasks were administered: a face recognition task and a control task designed to measure the recognition of abstract visuo-spatial patterns.The latter were either easily or difficult to distinguish from a set of alternative patterns.
The normally developing children recognised the faces faster than the hardly distinguishable abstract patterns. The children in the PDDNOS group needed an amount of time to recognise the faces that almost equalled the time they needed to recognise the abstract patterns that were difficult to distinguish.The results suggest that,when processing faces, the children with PDDNOS use a strategy that is more attention-demanding and hence less automatic or “Gestalt-like” than the one used by the control children. The results are discussed in the light of a theory that explains the development of coherent mental representations.
Het goed en snel kunnen herkennen van gezichten is een belangrijke vaardigheid in het dagelijkse sociale verkeer. Gezichten bevatten een schat aan relevante sociale informatie. Ze bevatten informatie over iemands identiteit, maar ook informatie over de psychologische wereld, de ‘binnenkant’ van anderen, over gevoelens, bedoelingen en gedachten. De informatie die kan worden afgelezen van iemands gezicht medieert in belangrijke mate de sociale interactie. Heel jonge kinderen zijn sterk gericht op gezichten. Baby’s van twee à drie maanden oud kijken in verhouding langer naar gezichten dan naar andere objecten (o.a. Durkin, 1995, Hobson, 1993), kunnen verschillende gezichten van elkaar onderscheiden (o.a. Durkin, 1995) en reageren ook op de verschillende gezichtsuitdrukkingen die anderen laten zien. (o.a. Barrera & Maurer, 1981; Nelson & Horowitz, 1983, in Durkin, 1995).
Dit artikel gaat over gezichtsherkenning (d.w.z. het herkennen van de identiteit van iemand op basis van diens gezicht1) bij kinderen met een mildere stoornis uit het Autisme Spectrum: PDD-NOS. Er is bij deze groep nog relatief weinig onderzoek gedaan naar het vermogen gezichten te herkennen. Dit in tegenstelling tot de hoeveelheid onderzoek naar gezichtsherkenning bij kinderen met autisme. We zullen het artikel beginnen met een kort overzicht van de literatuur over gezichtsherkenning bij autisme en PDD-NOS. Vervolgens zullen we het vermogen gezichten te herkennen plaatsen in een theoretisch kader over informatieverwerking. Daarna zullen we de bevindingen beschrijven uit ons eigen onderzoek.