De diagnose Multiple Complex Developmental Disorder (MCDD) wordt steeds vaker gebruikt binnen de klinische setting. Toch weten diagnostici en behandelaars vaak nog weinig van de stoornis. In dit artikel zal meer duidelijkheid gegeven worden over de achtergrond van MCDD en zal bekeken worden waar MCDD in de toekomst het beste op zijn plaats is. Er zal een klinische beschrijving gegeven worden van de stoornis en onderzoek naar hersenactiviteit, familie, follow-up en behandeling zal worden besproken. Op basis van deze dimensies lijkt steun gevonden te worden voor MCDD als aparte stoornis. Bovendien lijkt MCDD het beste op zijn plaats in de DSM-V onder ‘Psychotische Stoornissen in de Kinderleeftijd’. Daarnaast worden beperkingen in de literatuur besproken en wordt advies gegeven voor toekomstig onderzoek.
Summary
Even though the term Multiple Complex Developmental Disorder (MCDD) is used more than ever within the clinical setting, clinicians know little about the disorder. This article will shed light on the history of MCDD and will discuss it’s future directions. The literature will be studied on the following dimensions: clinical description of MCDD, laboratory studies, family studies, follow-up studies and treatment response. The results on these dimensions seem to support MCDD as a distinct disorder. MCDD seems to fit best in a new category in DSM-V called ‘Psychotic Disorders for Children’. Llimitations of available research will be identified and present future directions for research.
Inleiding
De diagnose MCDD wordt steeds vaker gebruikt binnen de klinische setting. Ondanks de groeiende populariteit van de diagnose weten veel behandelaars nog weinig van de diagnose af. Doordat weinig diagnostici weten welke kinderen deze diagnose zouden moeten krijgen en omdat MCDD in een aantal settings niet erkend wordt, worden deze kinderen vaak ingedeeld in de restcategorie van de Pervasieve Ontwikkelingsstoornissen: Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Niet Anderszins Omschreven (PDD-NOS, Jansen, Gispen-de Wied, Van der Gaag, & Van Engeland, 2003). Zo blijkt dat 8% van de kinderen met PDD-NOS ook een diagnose MCDD zou kunnen krijgen (Sturn, Fernell & Gillberg, 2004).
Door de uiteenlopende symptomen van de kinderen binnen de PDD-NOS categorie en het gebrek aan diagnostische criteria wordt het onderzoek naar deze groep patiënten bemoeilijkt (Buitelaar & Van der Gaag, 1998; Jansen et al., 2003). Daarom rijst de vraag onder welke diagnostische categorie kinderen met MCDD het beste ingedeeld zouden kunnen worden.
Sommige auteurs noemen de stoornis Childhood Borderline Syndrome, vanwege overeenkomsten in symptomatologie met de Borderline persoonlijkheidsstoornis in volwassenheid (Lofgren, Bemporad, King, Lindem, & O’Driscoll, 1991; Vela, Gottlieb, & Gottlieb, 1983). Anderen zien overeenkomsten met Schizofrenie, Attention Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD), een Gedragstoornis of Autisme (Cohen, Paul, & Volkmar, 1986; Lincoln, Bloom, Katz, & Boksenbaum, 1998; Towbin, Dykens, Pearson, & Cohen, 1993). Daarnaast zijn verschillende auteurs van mening dat MCDD als aparte stoornis geclassificeerd zou moeten worden, niet gerelateerd aan PDD-NOS of andere verwante stoornissen (Ad-dab’bagh & Greenfield, 2001; Buitelaar & Van der Gaag, 1998; Kemner, Van der Gaag, Verbaten, & Van Engeland, 1999; Towbin et al., 1993).
Voor deze groep kinderen is het van belang dat onderzocht wordt waaronder zij het beste geclassificeerd kunnen worden. Psychiatrische stoornissen die geclassificeerd zijn op basis van onderzoek, maken het mogelijk een voorspelling te doen over het verloop en de gevolgen van de stoornis. Bovendien is het mogelijk op basis van onderzoek een planning voor directe en lange termijn behandeling te maken, en vergemakkelijkt het de communicatie tussen behandelaars (Feighner, Robins, Guze, Woodruff, Winokur, & Munoz, 1972).
Om deze redenen zijn de vragen die in dit artikel beantwoord zullen worden: Is er evidentie voor MCDD als aparte classificatie? En zo ja, waar in de toekomstige DSM-V (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5e editie) kan deze groep kinderen het beste ingedeeld worden? Deze vragen zullen onderzocht worden aan de hand van richtlijnen van de American Psychiatric Association (APA) voor het inbrengen van een nieuwe categorie in de DSM. De gebieden waar rekening mee moet worden gehouden bij het nemen van deze beslissing zijn: het klinisch nut van de nieuwe classificatie, de betrouwbaarheid ervan, de psychometrische eigenschappen