Dit is een vrije vertaling van een lezing gehouden tijdens de Second Nordic Conference of Research on Autism/ Asperger Syndrome van 22 februari 2001 tot en met 24 februari 2001 in Oulu, Noord Finland.
Summary
Hospital records and data on the treatment/habilitation status of 187 children with autism aged 3-18 years were gathered from Northern Finland.The treatment programs and therapies varied.One hundred and fifty-two (82.9%) children and adolescents with autism received more than one therapeutic intervention or specific training program. The most common therapies were speech, occupational,music and physiotherapy. Forty-three percent of the children received specific training according to TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication-Handicapped Children), 10.2% according to Lovaas and 30.5% according to the Portage program. Anti-epileptic medication and psychopharmacological interventions were prescribed to respectively 23.9% and 14.9% of the individuals. One hundred and seventy-eight subjects out of 187 showed improvement on the Childhood Autism Rating Scale (CARS). No statistical difference was found between the outcome of the available habilitation methods.
Doel
Het evalueren van de huidige interventie status en effectiviteit van behandelingsmethoden rond Autisme in Noord-Finland.
Methode van onderzoek
Gegevens werden verzameld van 187 kinderen (147 jongens) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar woonachtig in de provincies Oulu en Lapland. De kinderen en adolescenten voldeden aan de criteria voor Autism Disorder (AD: DSM IV) en childhood autism (ICD-10). Follow-up informatie was beschikbaar van 183 kinderen. Het intellectueel functioneren was gemeten met behulp van de Griffith Developmental Scale II of de WISC. De Childhood Autistm Rating Scale (CARS) was gebruikt om de ernst van de aandoening in kaart te brengen.
Bovendien werd dit meetinstrument gebruikt als een “outcome” maat. De CARS categorieën zijn de volgende: met een score < 30 is er sprake van autistische kenmerken. Een score tussen de 30 tot 36 drukt autisme uit in milde vorm. Bij een score > 36 is er sprake van autisme. NB. Kinderen/ adolescenten met een CARS score < 30 waren niet bij de follow-up betrokken.
Resultaten
Honderd tweeënvijftig kinderen/ adolescenten (82,9%) kregen minstens twee therapieën met als de meest frequente, een therapie gericht op taal/spraak. Het merendeel van de groep participeerde bovendien in een specifiek trainingsprogramma.
Meer specifiek: n = 82 (43,9% ) was betrokken bij het TEACCH programma, n = 19 (10,2%) bij het Lovaas programma en n = 57 (30,5%) bij het Portage programma. Tabel 1 geeft de gedragsverbeteringen weer voor elk programma gemeten met behulp van de CARS. De verbeteringen waren significant (p < .05: Chi-Square test) met de volgende restrictie: hoewel de tabel suggereert dat de kinderen/adolescenten het meest gebaad waren bij het Lovaas programma, kon dit niet statistisch onderbouwd worden. Anders gezegd: de programma’s verschilden onderling niet in het geresulteerde effect. Het is mogelijk dat de sample grootte hier debet aan was.