Dubbele diagnose en ernstige gedragsstoornissen

Dubbele diagnose en ernstige gedragsstoornissen

Productgroep WTA 2006-3
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Binnen de hulpverlening worden we geconfronteerd met een kleine groep cliënten met een extreme zorgbehoefte, primair op grond van in de persoon gelegen tekorten en stoornissen zoals een verstandelijke beperking in combinatie met een autismespectrumstoornis. De zeer ernstige prikkelverwerkingsproblemen maken dat de wereld al snel bedreigend is. Ernstige gedragsproblemen zijn onvermijdbaar. Voor deze specifieke doelgroep betekent een tijdelijke behandeling in een bovenregionale specialistische setting niet dat men bij ontslag kan volstaan met zogenaamde reguliere zorg. Nee, er is in enkele opzichten ándere specialistische zorg nodig. Immers, de stoornis is bekend, de verschillende diagnostische factoren zijn in hun onderlinge samenhang in beeld gebracht. Er is ervaring opgedaan met een behandelaanbod, en daarbij heeft men alle zeilen moeten bijzetten. De behandeling moet gecontinueerd worden. De stoornis blijft bestaan.
Kind en ouders blijven afhankelijk van de hulpverlening. Natuurlijk hangt er ook een prijskaartje aan deze zeer intensieve zorg. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid om ook deze kleine, kwetsbare groep de hoogst haalbare kwaliteit van leven te bieden. En voor de VG-instellingen een taak om die kwaliteit waar te maken in een heel beschermd en sterk gestructureerde woon-werkomgeving.
Wat over is van de vroegere instellingsterreinen kan hiermee een goede bestemming krijgen. Nader wetenschappelijk onderzoek naar factoren die bijdragen aan een passend behandelklimaat voor deze doelgroep is aan te bevelen.

Onderwijs en hulpverlening aan mensen met een verstandelijke beperking (VB) worden geconfronteerd met kinderen en jongeren die door hun gedragsproblemen een zo grote handelingsverlegenheid oproepen bij leerkrachten en begeleiders dat zij niet meer te handhaven zijn. Op verschillende plaatsen in het land worstelen professionals met deze problematiek. Vrij recent zijn publicaties verschenen (van Esch e.a. 2005; Soenen en van Berckelaer-Onnes 2004), die laten zien hoe moeilijk het is om deze doelgroep een passend aanbod van onderwijs en zorg te bieden. Een aanbod wel te verstaan, dat ook voor de langere termijn gegarandeerd is.
Eerst ga ik in op deze publicaties. Deze geven een beeld van de beoogde doelgroep en een indruk van de knelpunten die kenmerkend zijn voor de dagelijks praktijk. Vervolgens beschrijf ik mijn persoonlijke ervaring als gedragswetenschapper, verbonden aan de casus A., een 12-jarig meisje met een lichte tot matige VB en een ASS. Met haar problematiek behoort zij tot de meest complexe binnen deze doelgroep. Bij deze casusbeschrijving is aandacht voor de visie van waaruit keuzes zijn gemaakt met betrekking tot (vervolg) behandeling bij overplaatsing vanuit een specialistische VIC-behandelunit naar een residentiële woonplek in de reguliere zorg voor mensen met een VB (VIC = Very Intensive Care). Deze overstap is naar tevredenheid van alle betrokkenen verlopen. In het belang van een kwalitatief goede zorg voor kinderen en jongeren met deze complexe problematiek besteed ik bijzondere aandacht aan de vermoedelijke kritische - en succesfactoren.