De kunst van het wandelen

De kunst van het wandelen

Productgroep WTA 2002-1
Ruud Hendriks | 2002
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In dit artikel gaat dr. R. Hendriks op zoek naar de beperkingen en mogelijkheden van het gezamenlijk bestaan van autistische en niet-autistische personen. “Een beter begrip van autistisch gezelschap vraagt relativering van het vertrouwde wereldbeeld dat tussen mentale en fysieke activiteiten onderscheidt‘, zo is een van zijn conclusies.

Een wandeling door het park 
Het was een hete zomer toen ik voor mijn onderzoek participerende observaties deed op een leefgroep voor verstandelijk gehandicapte jongeren met autisme. We gingen vrijwel dagelijks wandelen in het park, tegen de avond, als het wat koeler werd. Als we tijd hadden gingen we wat verder, door het hekje aan de achterzijde het instellingsterrein af; de routes in het park konden we zo onderhand wel dromen. Zo liepen we langs akkers met rijpend koren, over stoffige landweggetjes, langs koeien in de wei. Robert gewoonlijk ergens achter de groep aan, Peter de groep ver vooruit. Anderen, zoals Thijs of Bart, bleven dichter in de buurt.
Ik heb die zomer heel wat afgewandeld en me dikwijls afgevraagd wat ik daar als filosoof, geïnteresseerd in het samenleven van autistische en niet autistische personen, mee aan moest.  Niet dat het geen aangename bezigheid was. Integendeel, het was een activiteit waarbij bewoners en groepsleiders (en ik) meestal met plezier samen optrokken. Het was gewoon gezellig. Het duurde even voordat ik begreep dat dàt nu juist zo buitengewoon was. Immers, gezelligheid is een begrip dat we doorgaans associëren met situaties waarin mensen elkaars nabijheid opzoeken omwille van de nabijheid. Juist die intrinsieke motivatie lijkt bij autisten te ontbreken. Deel uitmaken van een gezelschap – of het nu is tijdens een wandeling, in de klas, of als lid van een gezin – vergt vaardigheden die de autist lijkt te missen. 
In het geval van de wandeling zijn dat zaken als: rekening houden met het tempo van andere leden van het gezelschap, de creativiteit om stukjes af te steken, de flexibiliteit om zonder concrete aanleiding een ander pad in te slaan, en het vermogen tevreden huiswaarts te keren zonder ooit ergens te zijn gearriveerd. ‘Zomaar een eindje wandelen’ drijft de sluimerende spanning tussen een autistisch en niet-autistisch bestaan op de spits. Dat bleek ook wel in het geval van Rick, een bewoner met ernstige gedragsproblemen voor wie wandelen geenszins vanzelfsprekend was. Als de rest op pad ging, bleef Rick vaak thuis. Bij hem viel in extreme mate te zien, waar autisten vaker mee te kampen hebben: de grote onzekerheid die wandelen met zich meebrengt. En toch werd er die zomer heel wat afgewandeld.

Autistisch gezelschap
Ik heb tijdens mijn onderzoek natuurlijk niet alleen gewandeld. Naast het leven op de unit voor verstandelijk gehandicapte autisten onderzocht ik geschreven bronnen – literaire fictie, wetenschappelijke studies, en autobiografisch werk van autisten.2,4 Ik benaderde mijn materiaal op interdisciplinaire wijze: als antropoloog, als literatuurwetenschapper, als wetenschaps- en techniekonderzoeker, en als filosoof. Daarbij ging mijn aandacht deels uit naar gebeurtenissen uit het dagelijks leven. Want hoewel op het eerste gezicht bepaald geen voer voor filosofen, beschrijft een alledaagse bezigheid als wandelen het gezamenlijk bestaan van autisten en niet-autisten – en de filosofische thema’s die daarbij opdoemen – in een notendop. Enerzijds lijkt de autistische triad of impairments (Wing & Gould 1978, 1979;Wing 1988) te raken aan wat essentieel menselijk wordt geacht. “Autism is a disorder which fascinates because it seems to be so essentially a disorder of the human condition,” aldus Francesca Happé (1995, p. 111).