De invloed van voeding op gedrag bij autisme

De invloed van voeding op gedrag bij autisme

Productgroep WTA 2003-1
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Hieronder de uitwerking van een referaat dat prof. dr.G. Hornstra hield op een themadag van de Nederlandse Vereniging voor Autisme van 26 oktober 2002 over de relatie tussen voeding en gedrag. In dit artikel draagt hij enige wetenschappelijke gegevens aan die bedoeld zijn om een beter beeld te krijgen van de mogelijke betekenis van voeding voor mensen met autisme. Hij doet dit vanuit het perspectief van een voedingsdeskundige. Over de vraag wat met voeding op dit punt te bereiken is, is volgens Hornstra bescheidenheid op zijn plaats. Wel ziet hij mogelijkheden voor voeding als ondersteuning bij bestaande behandelingen van mensen met Autisme. In dit artikel wordt de term ASD gebruikt als afkorting van ‘Autism Spectrum Disorders’ en als zodanig gelden zijn opmerkingen dus voor de volle breedte van het Autistisch Spectrum.

Summary The influence of nutrition on human behaviour is now generally acknowledged and anecdotal evidence indicates that the management of autistic conduct can be improved by dietary means.However, systematic studies have hardly been reported and,where present, results are often inconsistent.This is possibly due to the large variation in the underlying pathology and, consequently, autistic phenotypes. In addition, study design and power are often far from optimal.
In this paper, theoretical considerations are summarized and circumstantial evidence is presented suggesting that the treatment of autism can benefit from a variety of supportive dietary interventions. Based on this information, it is suggested to initiate properly designed intervention studies to investigate the effect of functional dietary ingredients (e.g. pre- and/or probiotics, tryptophan-rich proteins, fish-derived omega-3 fatty acids) on compliance to and effect of certain elimination diets, to reduce intestinal inflammation and gut permeability, and to improve the mood of autistic patients. Finally, some results are discussed suggesting that the successful prevention of later behavioural problems requires optimal maternal nutrition during pregnancy and foetal development.

In beginsel bestaan er twee hoofdgroepen van verklaringen voor de mogelijke invloed van voeding op het gedrag van mensen met autisme.
1) Het kan voorkomen dat de voeding die mensen tot zich nemen een tekort heeft aan bepaalde essentiële nutriënten.
2) Het kan ook zijn dat mensen een bijzondere gevoeligheid hebben voor nutriënten en/of bepaalde in de voeding aanwezige additieven. Deze hoofdgroepen zijn weer uit te splitsen in een aantal specifieke mogelijkheden.
Zo kan een tekort (hoofdgroep 1) ontstaan doordat men te weinig voeding tot zich neemt, dus dat de voedselinname onvoldoende is. 
Daarnaast kan het zijn dat de samenstelling van die voeding niet optimaal is. Ten derde is het mogelijk dat het lichaam op een onjuiste manier met de voeding omgaat. Dat is het geval bij een gestoorde vertering en een gestoorde opname in het lichaam. Voor wat betreft de tweede hoofdgroep kan gewezen worden op een mogelijke afwijkende stofwisseling terwijl er daarnaast sprake kan zijn van intolerantie of allergie.

Voedselinname bij mensen met autisme
Over het algemeen is voorzichtigheid op zijn plaats als men conclusies wil verbinden aan een gesignaleerd voedingstekort bij mensen met ASD. De vraag is immers: is ASD hier de oorzaak, of is de autistische stoornis hier het gevolg. Het lijkt er sterk op dat eventuele tekorten in de voedselinname voornamelijk een gevolg zijn van ASD. Deze opvatting is echter moeilijk te staven omdat er weinig bekend is over het eetgedrag van mensen met ASD: over hun voorkeuren, hun aversies en hun smaakvermogen. Op dit punt biedt de literatuur niet veel meer dan wat losse notities – systematisch onderzoek terzake is bijna niet gedaan, althans niet beschreven (1-3).