Na lange tijd een sluimerend bestaan te hebben geleid in mythes en legenden is autisme inmiddels als gemeenplaats ontdekt in populaire cultuuruitingen als poëzie, film, en romankunst. Het fenomeen – of het nu wordt begrepen in termen van mindblindness of van een tekort aan centrale coherentie, c.q. ontbrekend zelf – spreekt duidelijk tot de verbeelding. Maar welke waarde er precies aan artistieke verbeeldingen van autisme kan worden gehecht is minder duidelijk. Om de mogelijke betekenis van de culturele verwerking van stoornissen op het autistisch spectrum te verhelderen, wil ik hier ingaan op twee literaire werken – gekozen omwille van hun verwantschap én hun onderlinge verschillen – waarin het autisme van een van de romanpersonages een centrale rol speelt.
Het meest recente werk betreft The curious incident of the dog in the night-time (in het Nederlands vertaald als Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht) van de Britse kinderboekenschrijver en illustrator Mark Haddon. Deze prijswinnende ‘roman van het jaar’ 2003 met een ik/verteller die de stoornis van Asperger heeft, werd in korte tijd een internationale bestseller. In het Nederlands taalgebied vormt de novelle Vallende ster van J. Bernlef een interessant voorbeeld van literaire verwerking van het thema autisme. In dit boek uit 1989 draait het verhaal om een hoofdpersoon/ verteller die een speciale band had met zijn autistische broer.
Beide werken zijn niet onopgemerkt gebleven. Bernlefs en vooral Haddons boek zijn in de publieksbladen en in de literatuurwetenschappelijke pers besproken door de nationale, respectievelijk internationale literatuurkritiek. Over het autisme in Vallende ster is daarnaast onder meer geschreven in het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek.
Haddons novelle is ook besproken in de boekforums van internationale tijdschriften gericht op een breed (neuro-) psychologisch en medischwetenschappelijk publiek (onder meer in het American Journal of Psychiatry, Brain en het British Medical Journal). The curious incident bracht het bovendien tot een bespreking (door Simon Baron-Cohen, 2004) in Autism.
Die laatste bespreking ligt minder voor de hand dan hij lijkt. Over de culturele, c.q. literaire verwerking van het thema autisme blijkt tot nu toe nauwelijks te zijn gepubliceerd in toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften gewijd aan autisme. Niet ondenkbaar is dat literaire fictie wordt geassocieerd met de mythes en quasi-wetenschappelijke dwaalwegen waarvan een wetenschappelijke benadering van de autistische stoornis zich in het verleden juist heeft weten te distantiëren. In monografieen, onder meer van de hand van Uta Frith (2003), bestaat wel meer aandacht voor de culturele resonantie van het fenomeen autisme. Maar een zekere literaire gevoeligheid vormt voor Frith, en anderen, op zijn best aanleiding voor meer gedegen wetenschappelijke analyses, opdat men de feiten op systematische wijze van fictie kan onderscheiden.