Mensen met een ernstige verstandelijke handicap en een autisme spectrum stoornis (ASS) hebben veelal communicatieproblemen. Binnen Stichting Pepijn en Paulus (een dienstverlenende instelling voor mensen met een verstandelijke handicap) is daarom een communicatieprogramma opgezet voor deze doelgroep.Via het programma COVASS worden drie functies aangeleerd: ‘aandacht vragen’, ‘vragen om’ en ‘accepteren van nee’. Negen mensen met een ernstige verstandelijke handicap en ASS heeft COVASS aangeboden gekregen (experimentele groep), zes mensen met een ernstige verstandelijke handicap en ASS niet (controlegroep). Uit de resultaten blijkt dat de personen uit de experimentele groep de aangeleerde vaardigheden na het doorlopen van COVASS slechts in zeer beperkte mate beter beheerst dan de controle groep. In de discussie wordt uitgebreid ingegaan op deze bevindingen.
Summary
People with severe intellectual disability and Autism Spectrum Disorders (ASD) often have communication problems. Therefore, Pepijn and Paulus Foundation, a service provider for people with intellectual disability has developed the communication programme COVASS that trains people to learn communication 3 functions: asking for ‘attention’, ‘asking for’ and ‘accepting no’. Nine persons with severe intellectual disability and ASD were trained with COVASS (experimental group), six persons with severe intellectual disability and ASD were not trained (control group).The results show that the experimental group hardly perform the functions better than the control group. In the discussion attention is paid to these results.
Inleiding
In de afgelopen jaren is veelal gesteld dat een autisme spectrumstoornis (ASS) voorkomt bij ongeveer 16 van 10.000 mensen (Gillberg & Peeters, 1995; Kraijer, 1998). Kraijer (2004) geeft echter aan, op basis van recente onderzoeken, dat de prevalentie van ASS waarschijnlijk veel hoger is, nl. 60 per 10.000. Deze toename komt vooral door een sterke toename van het aantal diagnoses ‘stoornis van Asperger’ en PDD-NOS. De communicatieproblemen vormen één van de drie basiskenmerken van autisme (Vermeulen, 2001). Zo blijkt bijvoorbeeld dat slechts ongeveer de helft van de mensen met ASS spreekt (Gillberg & Peeters, 1995;Verpoorten, 1996).
Diverse onderzoeken geven aan dat ongeveer 80% van de mensen met ASS ook een verstandelijke handicap heeft (Gillberg & Peeters, 1995; Noens & Van Berckelaer-Onnes, 2002;Van Berckelaer-Onnes, 1996). Kraijer (2004) stelt echter dat deze aantallen te hoog zijn. De diagnoses stoornis van Asperger en PDD-NOS worden nu veel vaker wordt gesteld dan vroeger, en hierbij is het aantal mensen met een verstandelijke handicap relatief laag.
Kraijer geeft aan dat een percentage van 25% waarschijnlijker is, maar nog allerminst zeker. Hij stelt: ‘Of zo’n 25%, een ruwe schatting wel te verstaan, reëel is, valt voorlopig niet te zeggen. Het enige wat we kunnen doen is de verdere gang van zaken afwachten.’ (p. 62). Een verstandelijke handicap verwijst naar functioneringsproblemen die worden gekenmerkt door significante beperkingen in zowel het intellectuele functioneren als het adaptieve gedrag zoals dat tot uitdrukking komt in conceptuele, sociale en praktische vaardigheden.
De functioneringsproblemen ontstaan voor de leeftijd van 18 jaar (AAMR, 2002; Buntinx, 2002). Bij mensen met een verstandelijke handicap en ASS is de communicatie nog meer verstoord.