Er is weinig bekend over comorbide psychiatrische stoornissen bij kinderen met PDD-NOS. Echter, deze geassocieerde symptomen zijn vaak beter te behandelen dan de kernsymptomen van PDD-NOS. In dit onderzoek werd aangetoond dat in 94 kinderen met PDD-NOS, in de leeftijd van 6 tot 12 jaar, meer dan 80% voldeed aan de criteria voor tenminste één comorbide psychiatrische stoornis. Disruptieve gedragstoornissen kwamen het meeste voor. In de klinische praktijk behoort daarom bij deze kinderen meer aandacht besteed te worden aan het gestandaardiseerd in kaart brengen van comorbide DSM-IV stoornissen.
Summary Rates of co-morbid psychiatric conditions in children with PDD-NOS are hardly available, although these conditions are often considered as more responsive to treatment than the core symptoms of PDD-NOS. In this study it was demonstrated that in 94 children with PDD-NOS, aged 6-12 years, at least one co-morbid psychiatric disorder was present in more than 80% of the cases, of which co-morbid disruptive behavior disorders occurred most frequently. Therefore, clinical assessment in those children should include standardized assessment of co-morbid DSM-IV disorders.
Inleiding
PDD-NOS komt naar schatting minstens twee maal zoveel voor als autisme in de algemene bevolking (Chakrabarti & Fombonne, 2001). Toch is deze stoornis nog veel minder onderzocht dan autisme (Volkmar & Lord, 1998). Fombonne (1999) liet een prevalentie van 10.9 per 10.000 kinderen voor PDD-NOS zien, tegenover 5.3 per 10.000 voor autisme. Kinderen met PDD-NOS laten, net als kinderen met autisme, beperkingen zien in de wederkerige sociale interactie en communicatie, hetgeen verstrekkende gevolgen heeft voor hun dagelijks functioneren. Kennis over comorbide psychiatrische stoornissen in kinderen met PDD-NOS ontbreekt vrijwel volledig. Zo wordt bijvoorbeeld vaak aangenomen dat angst een veel voorkomend symptoom is bij kinderen met PDD-NOS, maar er zijn nauwelijks studies waarin dit werkelijk onderzocht is (Muris, Steerneman, Merkelbach, Holdrinet & Meesters, 1998).
Specfieke kennis over comorbide patronen is naar onze mening van groot belang. Bijkomende symptomen veroorzaken namelijk nog meer stress, verstoren nog meer het dagelijks leven, terwijl dit symptomen zijn die vaak wel behandelbaar zijn. Medicatie kan bijvoorbeeld belangrijk zijn in de behandeling van comorbide aandachtsproblemen, angsten of agressie maar heeft een beperkt effect op het verbeteren van beperkingen in de sociale communicatie en de contactname (Tanguay, 2000).
In dit artikel wordt een studie beschreven waarin comorbide psychiatrische stoornissen in een grote groep kinderen met PDD-NOS op gestandaardiseerde wijze in kaart werden gebracht.