Bruggen bouwen. Jim Sinclair en de opkomst van het autistisch activisme, 1989-1996

Bruggen bouwen. Jim Sinclair en de opkomst van het autistisch activisme, 1989-1996

Productgroep WTA 2026-1
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Dit artikel beschrijft de opkomst van het autistisch activisme in Noord-Amerika tussen 1989 en 1996. Centraal staat een van de belangrijkste voortrekkers van de autistenemancipatie, de Amerikaanse autist en intersekse persoon Jim Sinclair . In 1992 richtte hij het Autism Network International op, de eerste door autisten geleide organisatie wereldwijd. Sinclair zette zijn opvattingen over autisme uiteen in zijn toespraak ‘Don’t mourn for us’ (1993), waarin hij het idee verwierp dat autisme een tragedie was en benadrukte dat het een wezenlijk onderdeel van iemands identiteit vormde. Daarnaast stond hij aan de basis van ANI-L, een van de eerste maillijsten voor en door autisten. Ook was hij de voortrekker van Autreat, een autistische conferentie-annex-retraite.

SUMMARY
This article describes the rise of autistic activism in North America between 1989 and 1996. Central to the narrative is one of the leading figures of autistic emancipation, the American autistic and intersex person Jim Sinclair. In 1992, Sinclair founded the Autism Network International, the world’s first autistic-led organization. He articulated his views on autism in his 1993 speech ‘Don’t mourn for us’, in which he rejected the idea of autism as a tragedy and emphasized that it constituted a way of being. Sinclair also helped establish ANI-L, one of the first mailing lists for and by autistic people, and pioneered Autreat, an autistic retreat-style conference.

Tegenwoordig identificeert Jim Sinclair (geb. 1961) zich als ‘hij’ en ‘hem’, maar er was eens een tijd dat hij nog geen voornaamwoorden gebruikte. Het zorgde voor groot ongemak toen hij in september 1989 onder het pseudoniem Toby optrad in het praatprogramma The Sally Jessy Raphael Show om over zijn leven als intersekse persoon te praten. Iedereen in de studio vergaapte zich aan Sinclair. Wie, of, beter gezegd, wat was deze iele, geslachtsonduidelijke figuur met de nasale stem en androgyne kleding? Een ‘hij’? Een ‘zij’? Geen van beiden, zei hij: Sinclair was geboren zonder mannelijke of vrouwelijke geslachtskenmerken en noemde zichzelf ‘neuter’, iemand die noch man, noch vrouw was, maar iets ertussenin. Hij verklaarde daarnaast aseksueel te zijn en geen behoefte te hebben aan een romantische relatie. Niet dat hij daarom maalde: hij had een innige band met zijn hond die hem minstens zoveel voldoening gaf, en genoeg vriendschappen met interessante mensen die hem accepteerden zoals hij was. Zo’n twintig minuten lang werd Sinclair door Raphael, haar publiek en een psychiater onderworpen aan banale en invasieve vragen. ‘Wat voor kleren draag je als je geen man of vrouw bent?’ ‘Hou je van zoenen?’ ‘Naar welk openbaar toilet ga je?’ ‘Hoe zit het met je seksleven?’ ‘Wat is je chromosomenpatroon?’ ‘Zou het niet makkelijker zijn om gewoon als man of als vrouw door het leven te gaan?’ Sinclair ging gracieus en humoristisch om met de mentale kortsluiting die zijn verschijning veroorzaakte. Kleding: hij droeg wat hij lekker vond zitten en wat hij zich met zijn beperkte studentenbudget maar kon veroorloven. De wc-kwestie: meestal probeerde hij om vervelende vragen en schuine blikken te vermijden een toilet te vinden dat verlaten was.