In dit artikel wordt het groeiend aantal diagnoses binnen de ASS en de eveneens groeiende verwarring met betrekking tot die diagnose verklaard vanuit de traditionele definitie en classificering volgens het DSM-IV systeem. Er wordt een alternatief cognitief ontwikkelings-neuropsychologisch verklaringsmodel beschreven, dat aanknopingspunten kan bieden voor effectiever wetenschappelijk onderzoek op dit terrein. Dit biedt mogelijkheden voor vroegtijdige differentiële diagnostiek en behandeling.
Summary
In this article an explanation is given for the growing number ASD diagnoses and the simultaneously growing confusion with this diagnosis as a consequence of the traditional DSM-IV definition and classification. An alternative cognitive developmental-neuropsychological model is described, which can make future studies on this topic more effective. This may lead to an early differential diagnosis and treatment in the child’s first year.
1. Inleiding
De diagnose ASS (autisme spectrum stoornis) of PDD (pervasive developmental disorder) wordt de laatste jaren steeds vaker gesteld (Buma & v.d. Gaag, 1996; NVA, 2000). Binnen de trits psychiatrie, (neuro)psychologie en neurologie is er verwarring met betrekking tot de diagnose-stelling en behandeling aan de hand van de DSMIV classificatie (A.P.A., 1994; van der Gaag & Verhulst, 1996). Autisme, met name hoog functionerend autisme, en het syndroom van Asperger, blijken moeilijk valide te onderscheiden en de groep PDD-NOS, bedoeld over te blijven als kleine, marginale restgroep, wordt alleen maar groter. Behandelaars en ouders klampen zich, overgeleverd aan deze onduidelijkheid, vast aan de term autisme spectrum stoornis (ASS) (Wing, 1981; Vermeulen, 1999; NVA, 2000). Kinderen en volwassenen binnen deze categorie tonen autistisch gedrag of ‘autistiform’ gedrag, lijkend op autistisch gedrag, maar ‘minder ernstig’. De hulpverleningspraktijk lijkt gerustgesteld door een dergelijke homogeniserende insteek, waarbij zoeken naar subtypen slechts wetenschappelijk relevant wordt geacht (Vermeulen, 2001). Vermeulen bepleit in zijn boek “Brein bedriegt.
Als autisme niet op autisme lijkt.” het hanteren van de term autisme voor alle stoornissen binnen het spectrum. In de praktijk blijkt deze benadering echter een schijnoplossing, die voor behandelaars en ouders meer vragen oproept dan beantwoordt. In dit artikel wordt daarom een pleidooi gehouden voor het hanteren van de naam PDD als overkoepelende term voor niet één syndroom, maar een verzameling zeer verschillende pervasieve ontwikkelingsstoornissen, waarbinnen de term autisme gereserveerd wordt voor die vorm van PDD waarbij de sociale stoornis primair is.