Biochemische stoornissen bij autisme; een nieuw aangrijpingspunt voor de behandeling?

Biochemische stoornissen bij autisme; een nieuw aangrijpingspunt voor de behandeling?

Productgroep WTA 2003-3
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Momenteel is het nog onduidelijk of biochemische stoornissen waaronder darmstoornissen een oorzaak dan wel een gevolg zijn van autisme. Goed onderzoek zal uit moeten wijzen of de behandeling van de optredende maagdarmproblemen en de aanpassing van voeding en/of dieet mogelijkerwijs een positief effect kunnen hebben op autistisch gedrag.

Summary 
At the moment it is unclear if the biochemical disorders that include stomach upsets are a cause or rather a consequence of autism. Good research will have to prove if the treatment of the symptoms of stomach intestinal problems and the adjustment of nutrition and, or diet possibly do have a positive effect on autistic behaviour.

De laatste jaren zijn er wereldwijd gezien veel artikelen verschenen rondom biochemische stoornissen bij kinderen met autisme. En ook het WTA heeft hier aandacht aan besteed. Zie het artikel van Van der Sijde, waarin de theorie van Shaw uitvoerig besproken is en een relatie suggereert tussen het ontstaan van autisme en een verstoorde darmflora.1 Zie ook bijvoorbeeld Hornstra.2 In het hier voorliggende artikel volgt een overzicht van de literatuur omtrent biochemische stoornissen. De belangrijkste vragen die hierbij gesteld kunnen worden zijn de volgende: 
• Wat is er op dit moment bekend over de oorzaken en de biochemische mechanismen die mogelijk een rol spelen bij het ontstaan van autisme.
• Welke consequenties kan dit hebben voor (toekomstige) behandeling en risicofactoren van geneesmiddelen en vaccinatie?

Vaccinaties
Wakefield (1998)3 legde een verband tussen de BMR(Bofmazelen- en rode hond)-vaccinatie en het ontwikkelen van een autistische aandoening. Zijn schrijven heeft met name in Engeland veel onrust veroorzaakt bij ouders en professionals en vormde de aanleiding tot diverse studies rondom dit onderwerp. Echter het bewijs is zwak. Recentelijk is een cohortstudie in Denemarken uitgevoerd met sterke aanwijzingen tegen de betreffende hypothese4. De bedoelde studie gaf aan dat het risico op het ontwikkelen van autisme even groot was in de groep kinderen die zijn gevaccineerd als in de groep kinderen die niet waren gevaccineerd. Tevens werd er geen stijging gevonden in het ontstaan van autisme in de periode vlak na de vaccinaties. Algemeen kan dus worden geconcludeerd dat een potentiële link tussen het BMR-vaccin en autisme zoals in sommige literatuur wordt gesuggereerd niet door epidemiologische studies wordt ondersteund.