Bevorderen van sociaal gedrag bij kinderen met ASS en een verstandelijke beperking

Bevorderen van sociaal gedrag bij kinderen met ASS en een verstandelijke beperking

Productgroep WTA 2005-3
N. Mettler | 2005
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Dit onderzoek gaat in op de vraag in hoeverre sociale competentie van kinderen met autisme met een comorbide ernstige verstandelijke beperking bevorderd kan worden door hen te laten samenspelen met zich normaal ontwikkelende kinderen, en ook in hoeverre bedoeld samenspel een positief effect heeft op niet-sociaal (storend) gedrag. Om deze vragen te beantwoorden werden video-opnames gemaakt van spelgedrag van kinderen met autisme en zich normaal ontwikkelende kinderen, gematcht op leeftijd en geslacht. Ook vulden de groepsleiding en de ouders van de kinderen voor en na de spelsessies twee vragenlijsten in. Uit de resultaten komt naar voren dat de kinderen op een aantal gebieden duidelijke verbeteringen lieten zien.

Summary 
This study investigated whether or not children with autism and severe mental retardation can benefit from regular opportunities to play with normally developing peers. At the same time, the possibility to decrease the amount of non-social, disturbing behavior, was examined. The social competence of the autistic children was followed by matching each autistic child with a normally developing peer as to sex and age and by videotaping the dyad play. Besides, groupleaders and parents of the autistic children completed two questionnaires, before and after the playing sessions. It was demonstrated that children with autism and severe mental retardation can benefit from opportunities to interact with nonhandicapped children after an intervention that was limited in time. Improvements were especially found in the time autistic children spent with interaction and with positive behavior.

Ook in recente literatuur (Huskens & Didden, 2002; Hendriks & Dumortier, 2003) wordt onderschreven dat autisme met een gebrekkige sociale competentie gepaard gaat. Maar het was Leo Kanner die al meer dan 60 jaar geleden opmerkte dat ‘the outstanding pathognomonic fundamental disorder is the children’s inability to relate themselves in an ordinary way to people and situations from the beginning of life’ (Kanner 1943, p217). Met name de wederkerigheid van sociale uitwisseling lijkt te ontbreken (Rutter, Mahwood & Howlin, 1992), waarbij gebrekkige sociale benaderingen en initiatieven alsook onhandige reacties op toenaderingspogingen door anderen in het oog springen (Rutter, 1985). Bedoelde problematiek lijkt het meest uitgesproken bij kinderen met een additionele verstandelijke beperking, vooral na het vijfde levensjaar (Lord & Magill, 1989). Tot een vlot samenspel met andere kinderen komt het zelden of nooit. Contacten me leeftijdsgenoten worden gekarakteriseerd door afwezigheid van coöperatief spel, gebrekkige wederkerigheid, de baas willen spelen, manifest stereotiep gedrag en het ontbreken van enige zinvolle bezigheid (Roeyers, 1996).
Toch, wanneer kinderen met autisme ouder worden, lijkt de kwaliteit van de interacties met volwassenen, vooral die met vertrouwde volwassenen zoals ouders, groepsleiding en leerkrachten, te verbeteren (Roeyers, 1996). Hieruit zouden we voorzichtig kunnen afleiden dat factoren zoals ervaring en vertrouwdheid van belang zijn inzake het ontwikkelen van de sociale competentie, zoals trouwens ook het geval is bij het zich normaal ontwikkelende kind (Howes, 1987; Ladd & Hart, 1992).