Autisme en forensische psychiatrie: een lezing

Autisme en forensische psychiatrie: een lezing

Productgroep WTA 2006-1
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In een lezing die wij hoorden op 8 oktober 2005 pleit prof.dr. Th. Doreleijers voor een intensievere betrokkenheid van ouders dan wel wettelijk vertegenwoordigers van kinderen met autisme die in aanraking komen met politie en justitie. Deze betrokkenheid heeft grote voordelen. Ouders kunnen de beste informatie verschaffen over hun kinderen en zij kunnen kinderen de beste steun geven. Daarnaast kunnen ouders procedures binnen de procesgang gunstig beïnvloeden.

Inleiding
Onder kinderen met autisme komt criminaliteit vaker voor dan onder andere kinderen. Het is van belang dit taboe weg te nemen en om deze reden focus ik mij in mijn wetenschappelijk onderzoek op jeugddelinquentie. Er bestaat een grote categorie van kwetsbare kinderen die in delinquent gedrag vervalt. Als men deze kinderen niet onderzoekt, komen ze gewoon in het strafrechtelijk circuit terecht waar ze vervolgens als echte boefjes behandeld worden terwijl – eenmaal in de gevangenis – er niemand is die oog heeft voor de stoornissen waar ze mee rondlopen. 
Daarmee wordt deze kinderen groot onrecht aangedaan. Vast staat dat veel kinderen in (jeugd)gevangenissen in binnen- en buitenland lijden aan diverse kinderpsychiatrische stoornissen. Onze onderzoeksgroep is er van overtuigd en gaat er van uit dat bij behandeling van deze stoornissen het herhaaldelijk vervallen in jeugddelinquentie, het recidivisme, aanzienlijk teruggedrongen zou kunnen worden. Wij weten dat gevangenisstraf niet werkt, sterker nog: dat dit contraproductief is. Kinderen in de gevangenis worden alleen maar meer crimineel. Het aanbieden van op hen afgestemde zorg zou hun toekomst een beter aanzicht kunnen geven. 

Deel 1
Casus
Delinquent gedrag van jongeren uit zich op diverse manieren en op onderscheiden terreinen.

Casus 1
R. is een jongetje van 14 jaar, net in de puberteit. Hij heeft – zoals dat heet – onzedelijke handelingen gepleegd bij een vijfjarig jongetje toen ze samen in een badhokje zich moesten omkleden. De moeder van het slachtoffertje is
daarover ontzet, schakelt de politie in en deze maakt een proces-verbaal op. In Nederland is het zo dat indien er sprake is van een proces-verbaal de zaak wordt voorgelegd aan de officier van justitie die vervolgens al dan niet kan besluiten om de kinderrechter in te schakelen. In dit geval gebeurde dat. De kinderrechter beval een kinderpsychiatrisch onderzoek. Dit onderzoek leverde het volgende beeld op. R. heeft fikse contactproblemen, met zijn ouders, met zijn vriendjes – echte vrienden heeft hij niet – en met de psychiater die hem onderzoekt.