De laatste jaren is de belangstelling voor diagnostiek van Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) bij volwassenen toegenomen. Dit artikel beschrijft hoe op basis van de Nederlandse Verkorte MMPI (NVM) aanwijzingen gevonden kunnen worden voor de aanwezigheid van een ASS. Onderzocht werd of er bij patiënten met ASS sprake is van een kenmerkend scorepatroon op de afzonderlijke NVM-schalen of van een kenmerkend profiel op basis van de theoriegestuurde profielinterpretatie. Van 80 gediagnosticeerde ASS-patiënten was een NVM beschikbaar. Als controlegroep werd een groep van 1040 patiënten gebruikt uit de algemene tweedelijns psychiatrische zorg.
De resultaten laten zien dat de NVM een bijdrage kan leveren aan het screenen op ASS. In vergelijking met patiënten uit de algemene psychiatrie, hebben patiënten met ASS lagere scores op de dimensies Negativisme, Somatisatie en Extraversie en hogere scores op de dimensie Verlegenheid. Een lage score op de dimensie Somatisatie is vooral kenmerkend voor ASS. Tevens blijkt het zogenaamde neurotische profiel bij patiënten met ASS vaker voor te komen dan in de algemene psychiatrische populatie. Een dergelijk scorepatroon is in overeenstemming met het klinische beeld van ASS en zou de diagnosticus alert moeten maken op de mogelijke aanwezigheid van ASS. De resultaten van dit onderzoek vormen een ondersteuning voor de verruiming van de betekenissen die door Snellen en Eurelings-Bontekoe (2003) gegeven worden aan de NVM-schalen. Tevens wordt hiermee hun opvatting ondersteund dat lage scores op de NVM-dimensies psychopathologie niet uit hoeven te sluiten. Het zonder meer overnemen van betekenissen van (lage scores op) dimensies uit de handleiding kan leiden tot diagnostische fouten.
Summary
This study compared the scores on a self-report personality inventory, the Dutch Short Form of the MMPI (DSFM), of 80 patients with Autism Spectrum Disorders (ASD) with those of a control group of patient (N=1040) from the general psychiatric population. The DSFM contains five dimensions: Negativism, Somatization, Shyness, Severe Psychopathology and Extraversion. Our results show that patients with ASD score significantly lower han general psychiatric patients on he dimensions Negativism, Somatization and Extraversion and significantly higher on Shyness. These effects were independent of gender and age. In addition, the differences between the two groups in prevalence of certain DSFM profiles, as described by Eurelings-Bontekoe & Snellen (2003), were investigated.
The so called ‘neurotic profile’, was significantly more prevalent among the ASD group than among the controls. Especially the presence of a neurotic profile combined with low scores on Somatization may give rise to the hypothesis that the patient suffers from ASD, which would require subsequent investigation. It is concluded that low scores on pathological personality dimensions do not rule out psychopathology and that the DSFM may be useful in the detection of a possible ASD diagnosis.
Inleiding
Autisme is oorspronkelijk door Kanner in 1943 beschreven (in: Harris, 1989). Hij definieerde vier kenmerkende eigenschappen van autisten: een onvermogen relaties met anderen te vormen, een gebrek aan (fantasie)spel, een vertraagde taalontwikkeling en rigiditeit met betrekking tot routines en interesses. De diagnose autisme wordt niet langer uitsluitend gesteld bij de echte ‘Kanner-vorm’, tegenwoordig wordt er gesproken van een autistisch spectrum, waaronder ook het Asperger-syndroom en de Pervasieve ontwikkelingsstoornis – niet anderszins omschreven (PDDNOS) vallen. Het gaat bij deze groep stoornissen om meer subtiele - en daardoor ook minder evidente - beperkingen dan bij autisme. Bovendien is er bij autismespectrumstoornissen (ASS) sprake van een veelheid aan verschillende criteria en symptomen, die per leeftijdsfase verschillen (Bergman, 2005). De laatste jaren is de belangstelling voor ASS bij volwassenen toegenomen.