Als je boos bent,... dan ben je op de helft

Als je boos bent,... dan ben je op de helft

Productgroep WTA 2007-3
3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

Kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum vertonen vaak disruptief gedrag Eigen innerlijke onrust wordt direct omgezet in negatief gedrag naar anderen. Eigen belang wordt zonder aanzien des persoons nagestreefd. Dat gedrag wordt door anderen als vaak gemeen of kwetsend ervaren. Het kan deelname aan een maatschappelijke context, zoals school of een vrije tijds besteding onmogelijk maken. In dit artikel wordt besproken hoe kinderen met ASS op heel verschillende manieren kunnen komen tot explosief en agressief gedrag.
Theoretische kaders over het wezen van ASS worden daarbij gekoppeld aan gedragsbeschrijvingen. Dat mondt uit in een stappenplan voor interventies bij boosheid. Het stappenplan is gebaseerd op theorie en uitgetest in zogenaamde “Boos-gesprekken” met ouders, kinderen en leraren (Van Doorn, Verheij,2004). Vanuit interview met leraren in het speciaal onderwijs (referenties 2,3 en 4), gehouden in het kader van hun verdere professionalisering in het werken met leerlingen met ASS, wordt de weerbarstige (onderwijs)praktijk naast het stappenplan gezet. 
Boos zijn en ontwikkelingstaken Kinderen leren al jong om zich niet te laten overspoelen door hun eigen negatieve emoties. Ouders en verzorgers spelen daarbij lang een centrale rol. Zij signaleren, kijkend naar het gedrag van het kind, dat er iets aan de hand is. Ze benoemen dat voor het kind en komen met oplossingen voor het nare gevoel of leiden het kind af. Deze externe regulatie speelt tot in de kleutertijd een rol. De juffrouw in de eerste klassen van de basisschool sluit hier ook nog naadloos bij aan. Dan wordt langzamerhand steeds meer van het kind verwacht dat hij zelf signaleert, uit kan leggen wat er aan de hand is en actief meedenkt over een oplossing die recht doet aan alle partijen.
Dit zou de voorkant van boos zijn genoemd kunnen worden: er is een heftige reactie op een duidelijke aanleiding. Het is voor iedereen invoelbaar wat er gebeurt, iedereen zoekt mee naar een oplossing. “Wat is er gebeurd?” “Waarom word je dan zo boos?” en “Hoe ga je het nou oplossen?” zijn de vragen die daar vanzelfsprekend en gedachteloos bij gesteld worden. In de laatste groepen van de basisschool wordt een boze leerling naar binnen gestuurd en er wordt verwacht dat hij over deze vragen zelfstandig een coherent verhaal op kan schrijven. In deze westerse maatschappij is dat de gewoonte en worden gemiddelde kinderen daar stap voor stap op voorbereid.